De Sterrenplukkers

Huidige Positie

11:58, 12/21/2010 .. Geschreven in Positie .. 16 reacties .. Link
De laatste keer dat we internet hadden, was in Kamperland (Nederland). We zijn maandag 20 december met slechts een kwartier vertraging op Schiphol geland. In deze witte wereld zullen we de komende weken lichamelijk en geestelijk acclimatiseren en een nieuwe fase van ons leven opstarten.

Afscheid in een Slakkengang

11:00, 12/18/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link
Met het vorderen van de reis wordt de kist “Over” met nauwelijks gebruikte of niet noodzakelijke voorwerpen steeds zwaarder. Of de satelliettelefoon uiteindelijk ook in die kist belandt, is regelmatig onderwerp van gesprek. Bij de Fish River Canyon zorgt het toestel echter voor een onvergetelijke avond met onze Australische vrienden Mark & Allison. Via de mail en lokaal sms-verkeer begrijpen wij dat zij vanwege autoproblemen via Zuid-Afrika weer noordwaarts aan het rijden zijn. Ergens bij de Fish River Canyon zouden we elkaar moeten kruisen. In Hobas hebben wij geen mobielbereik dus proberen we via de satelliettelefoon contact met ze te leggen. Warempel het lukt! Zij zitten 70 km terug in Ai-Aïs, waar wij twee avonden geleden nog onder de sterren gezwommen hebben. Een weerzien voor een vervroegd afscheid is zo geregeld.

Twee uur later zitten we letterlijk midden tussen de oude auto’s in het Cañon Roadhouse aan de cappuccino en hebben heel wat avonturen bij te praten. Hoewel Frank de volgende dag pas jarig is, besluiten we die avond met elkaar uit eten te gaan. Een overheerlijk driegangen diner loopt door in een ‘private party’ op de camping bij een kampvuur tot 2 uur ’s nachts. Het zingen van Nicole de volgende ochtend klinkt wat gebroken, maar met cappuccino en cheesecake zitten we even later met z’n viertjes aan een zonnig verjaardagsontbijt. En dat op 24 november, terwijl we horen dat Nederland sneeuw verwacht.

Dan wordt het tijd om elkaar echt uit te zwaaien. Zij gaan naar ‘waar daar is’, zoals zij cryptisch hun ongeplande route en tijdspad omschrijven. Wij reizen door naar Keetmanshoop en het nabij gelegen Kokerbomenwoud. Het bos van kleine boompjes is een aardige bijzonderheid in het kale landschap, maar we vinden het vooral speciaal dat we een cheetah mogen aaien. Vergeleken met de voorgaande avond hebben we een eenvoudige braai en kruipen vroeg onze daktent in.

De volgende dag gaan we naar Kgalagadi Transfrontier Park, dat op een vreemde uitstulping tussen Namibië, Botswana en Zuid-Afrika is ingeklemd. Onze  paspoorten worden ‘uit’ gestempeld, maar zonder ‘Customs’ (= Douane) heeft Il Toros officieel Namibië nog niet verlaten. Verder is het toegestaan de onbewaakte grens naar Botswana op de paden over te steken. Dat doen we dan ook, want we hebben ons laten vertellen dat het daar mooier is, de campings rustig zijn en je 1/7 van de prijs betaalt. Wetende dat dit de laatste keer kan zijn, leggen we de leeuwen, cheetahs, diverse antilopen, vossen en schildpadden op film vast (Zie Filmpje). Maar ook zien we voor het eerst de Afrikaanse wilde kat, een cape cobra, struisvogelkuikens en ….. stokstaartjes! Wat een verrassing om deze grappige beestjes toch nog te zien. Onweersflitsen in de verte kondigen het regenseizoen aan, maar wij pluizen met ons Sterrenboek de sterrenbeelden van boven tot onder aan de horizon uit. Wat een gift om hier helemaal alleen nog één keer in Botswana te mogen kamperen!

Over slechte wasbordwegen, waarop we aan het einde constateren dat we onze schep met waterkraanhouder verloren hebben, bereiken we de grenspost van Zuid-Afrika. We krijgen onze ‘in’ stempels, maar zijn nog niet overtuigd van de Customsunit die Botswana, Namibië en Zuid-Afrika vormen in verband met het carnet voor de auto. Zonder ‘uit’ stempel van Namibië krijgen we namelijk onze borg niet terug. We besluiten, na het voor ons gevoel onveilige Upington met al de eerste townships, de Oranjerivier naar het Noordwesten omhoog te volgen. In Vioolsdrif staan we nu een week later aan de Zuid-Afrikaans kant van de groene rivier en kijken uit over de Namibische bergen. We checken deze douanepost en krijgen hetzelfde verhaal te horen. Pas als we de Duitse Adac (waar we het carnet gekocht hebben en wie de borg beheert) telefonisch dubbel checken en een officiële bevestiging krijgen, zetten we onze reis langs de Westkust voort zonder de ‘uit’ stempel voor Namibië.

Uit het grote campingaanbod in Zuid-Afrika met alles er op en eraan kiezen we voor de meest afgelegen plekken (Zie Filmpje). Door verlaten Spaans aandoende bergen, komen we aan in Namaqualand. In het goede seizoen bloeit het hier alsof het De Keukenhof in het wild is. Nu wij er rijden vallen vooral de beesten op tussen de heideachtige begroeiing. Aan de kust verandert het landschap in grote roodbruingroene vlakten met witte zandduinen op de rand met het zeewater. Aan de overkant van één van de baaien ligt een dode walvis. De enige die we zien zo buiten hun seizoen. Dat we in deze afgezonderde en wonderschone kuststrook mogen rijden ervaren we als heel bijzonder. In een windstille inham kamperen we aan de zee. Met een steen van het kampvuur als kruik slapen we op het ruisen van de golven. We zijn verrast als we bij het ontbijt één zeehond zien zwemmen. Als we vertrekken blijkt er 500m verderop een hele kolonie te zitten.

De droge ‘Spaanse’ bergen gaan verder naar het zuiden toe over in groene ‘Zwitserse’ bergen, waar we kamperen in een bosrijke omgeving aan een riviertje in het Cedergebergte. Een dag later rijden we door een ‘Italiaans’ berglandschap met links en rechts wijngaarden, nette dorpjes met kunstenaars’look’ en sprekende namen als Citrusdal, Worcester en Montagu. Niet alleen het landschap doet Europees aan, maar ook naambordjes, het verkeer en het winkelaanbod doet denken aan thuis. Een nieuwtje is het uitwijken naar de vluchtstrook om een snellere weggebruiker te laten passeren. Als bedankje knipperen de alarmlichten. Wat een relaxte manier om de doorstroming te bevorderen!

Bij Oudtshoorn breekt een dag vol hoogtepunten aan. We berijden de Swartsberg-, Mieringspoort- en Prince Alfred Pass. Na elke haarspeldbocht worden we verrast met weer een mooi uitzicht. Dan vlak na het plaatsje De Rust geeft de kilometerteller aan dat we 40.076 km hebben gereden sinds ons vertrek op 1 maart. Dat wil zeggen precies één maal de aarde rond. Il Toros stopt bij het bord ‘Willowmore’. De boodschap is duidelijk. Hij wil meer. We rekenen even snel uit dat hij al 9,5 keer om de aarde heeft gereden. Hij kan er blijkbaar niet genoeg van krijgen. Naast dit heugelijke moment hebben wij ook letterlijk een besef van hoe groot onze aarde nu eigenlijk is.

Om die dag nog maar even in de symboliek te blijven maken we een detour naar het dichtbij gelegen Haarlem. Een bezoek van een toerist zijn deze dorpelingen zichtbaar niet gewend en zelfs een blanke lijkt hier niet dagelijks te komen. We rijden door de straten met kleine, eenvoudige huisjes en gaan op zoek naar ‘die leuke woning in Haarlem e.o.’. Ons oog valt op een geelgroen gebouw op een heuveltje. Het blijkt een leegstaande kerk te zijn! Nicole zou hier zo aan de slag kunnen.

Dan beginnen we werkelijk aan het laatste stukje van onze Afrikareis. Langs de zuidkust rijden we richting Kaapstad. Wat er zo speciaal is aan de Gardenroute, die een snelweg is, begrijpen we niet. De drukte van de badplaatsen spreekt ons niet aan en we kiezen de plaats Wilderness uit om te overnachten in het groen. Een bijzonder vogeltje wekt ons de volgende ochtend voor de rit naar Swellendam. Pas op een zijroute naar De Hoop Nature Reserve worden de uitzichten landelijk met gele grasheuvels en veel schapen. In het park hebben we onze laatste kampeernacht. Bij het kampvuur evalueren we erop los en voordat we het trappetje naar de daktent voor het laatst beklimmen, genieten we van de heldere sterrenhemel en kiezen ieder onze favoriet.

De kuststrook in het zuiden is prachtig. Groene bergen met rode rotsen verdwijnen ruig in het turkooise water. Als de walvissen hier weer zijn in de herfst van het zuidelijk halfrond dan moet dit toch wel spectaculair zijn. Bij het meest zuidelijke punt in Algulhas zien we hoe de Indische en Atlantische Oceaan vlekkeloos in elkaar overgaan. Verder zuidwaarts kunnen we niet.

Op zondag 5 december komen we aan bij Kings Highway Guesthouse van FCE in Somerset West, vlakbij Kaapstad. Direct herkennen we Gert van het Guesthouse in Masaïti, maar ook eindelijk ontmoeten we Nederlanders Kees & Tilly, met wie we de laatste weken veel emailcontact hebben gehad. Er wordt koffie gezet en we krijgen een warm welkom op hun terras. We besluiten om de laatste twee weken tot aan onze terugvlucht in het zeer professionele guesthouse te verblijven.

De eerste dagen zijn we druk met het organiseren van de terugreis van Il Toros. In de onbekende wereld van Bills of Lading, consignee en averij gros maken we dankbaar gebruik van de kennis en ervaring die Kees heeft uit zijn verleden in het scheepvaarttransport. Het ergste zand, stof en vuil wordt uit de auto en daktent gepoetst. Denkend aan het ijzige Holland geeft deze klus veel voldoening met een stofzuiger en een stralend zonnetje. Daarnaast moeten de oliën vervangen worden voor oliën die beter tegen de aankomende vrieskou kunnen. Ook maken we een keuze wat in de auto blijft en dus pas weer over enkele weken beschikbaar is en wat we allemaal in het vliegtuig meenemen. Verder struinen we de luxueuze malls, campingwinkels en 4x4 shops af op zoek naar slimme camping- en autospullen. Met elke dag een uitgebreid ontbijt, een heerlijke kamer en een zwembad in de tuin wordt het afscheid nemen van onze overlandreis aangenaam verzacht.

Op de laatste avond met z’n drieën gaan we door de Mc Drive en delen de spanning over de dag van morgen. Kees & Tilly gaan op die vrijdag met ons mee naar de terminal in de haven. Een grote machine zet de gele MSC container op zijn plaats. Nadat Frank de daktent losschroeft, tilt een heftruck het pakket in de container. Dan begint het lange wachten, want de auto mag er pas ingereden worden als de douane alles goedkeurt en afstempelt. We meten in de tussentijd af hoe strak de auto erin gereden moet worden en verzinnen hoe Frank er dan nog uit kan. Op het terminalterrein zijn mannen met kerstmutsen op aan het barbecueën voor een bedrijfskerstlunch. Pas als die zo’n beetje ten einde is, arriveert de douane. Zonder al te veel poespas geeft de beambte het sein dat de auto erin kan en ze verdwijnt zonder enig toezicht op wat er nu daadwerkelijk in de container wordt geladen. Zonder problemen rijdt Frank Il Toros in de achteraf toch best ruime ‘garage’. De havenmannen zetten de wielen vakkundig vast met blokken en spanbanden. Dan gaan de deuren dicht en wordt de container verzegeld. Onze Afrikareis is nu echt voorbij, een zomervakantie in de Kaapse pracht begint. Samen met Kees & Tilly toasten we daarop op een terrasje aan het levendige Waterfront.

De vrijheid van het zelf rijden zetten we voort in een huur Corsaatje. Met een duidelijke mieeep, mieeep toeter en het snelle manoeuvreren door het verkeer geven we haar al gauw de naam ‘Roadrunner’. Als eerste bezoeken we op een heldere dag De Tafelberg. Wat een geweldig uitzicht over Kaapstad! Een moderne, waterfrisse, nette stad met veel groen. Heel anders dan we hadden verwacht. Vanaf het natuurlijke bergplateau zien we de haven en containerkranen, maar de Laura waar Il Toros op meevaart is nog niet in aantocht. De straffe Kaapse winden houden de scheepvaart in bedwang. Het schip vertrekt uiteindelijk drie dagen later dan volgens schema. Wij klauteren langs de steile bergwand met reuzenstappen naar beneden, waarmee de Tafelberg zijn vorm pijnlijk duidelijk maakt. Niet op de dag zelf, maar nog drie, vier dagen erna voelen we al onze beenspieren, die duidelijk ongetraind zijn gedurende onze reis.

Voor Hermanus, Betty’s Bay, Strand, Boulders Bay en Kaap de Goede Hoop kunnen we ‘gelukkig’ veel in de auto blijven zitten. Een aaneengesloten route leidt ons twee dagen langs de mooie bergachtige kust. We zien pinguïns tussen de strandgangers, eten kroketten bij de Dutchies en baden onze pootjes in het ijskoude oceaanwater. Tussendoor zoeken we verder naar huizen op internet en maken afspraken voor bezichtigingen. We bestellen nieuwe bankpassen en stellen een verlanglijstje op voor een winters aankomst in Nederland. We praten veel, bladeren in tijdschriften en lezen ons eerste boek tijdens de hele reis anders dan de Lonely Planet en andere reisgidsen. Op de buitenlandse tv zender BVN zien we sinds tijden het NOS journaal, De Wereld Draait Door en Boer Zoekt Vrouw. Wat hebben we eigenlijk gemist de afgelopen maanden? Niets behalve onze vrienden en familie. Inmiddels zien we dan ook erg uit naar de Kerst. Sneeuw en kou horen daarbij, want de kerstbomen hier in de winkelcentra staan er maar raar bij in de felle zomerzon.

Via de Winelands rijden we naar Wolseley, waar we door Uncle Neels uitgenodigd zijn op het hoofdkwartier van FCE. Het beroemde Stellenbosch blijkt een drukke verkeersweg met aan weerszijden vele wijnhuizen. We zien door de wijnproeverijen (bomen) de wijnvelden (het bos) niet meer. Via weer een nieuwe bergpas, de schitterende Bains Kloof Pass, en het pittoreske Tulbagh rijden we naar het FCE college. We krijgen een rondleiding en leren de gezichten kennen bij de namen die we al vaker hebben gehoord. Onder een typisch Zuid-Afrikaanse warme lunch praten we over de cursussen die er worden gegeven en waarnaar onze interesse uitgaat. Op de terugweg rijden we via de Theewaterskloof Dam en Franschhoek Pass naar de Franse versie van de wijndorpen. Het proeven van de wijnen bewaren we voor de laatste dag.

Die dag begint met een rit naar Kaapstad voor een boottocht naar Robbeneiland. Bij de Nelson Mandela Gateway blijkt dat deze tour de aankomende dagen al helemaal is volgeboekt. Het reserveren in Zuidelijk Afrika blijft ons achtervolgen. We rijden door naar het wijnhuis van Nederburg in Paarl. Sinds Malawi is deze wijn één van onze favorieten. In een hippe lounge worden we ontvangen en kiezen we voor de Kaas & Wijn proeverij. Al nippend en smakkend stellen we onze smaakpapillen op de proef. Net als bij onze favoriete restaurantjes in Delft en Leiden ervaren we hoe waanzinnig wij samen kunnen genieten van de gastronomische kunst om wijn en spijs elkaar te laten versterken. Hier heffen we het glas op de voltooiing van onze droomreis. Zonder grote problemen en met bovennatuurlijke bescherming hebben we deze avontuurlijke reis in vreugde en bewondering volbracht. Wat zijn we bevoorrecht!

Voor de foto’s en filmpjes, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Afscheid in een Slakkengang en Filmpjes).

Ketting van Landschappen

10:57, 12/4/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link
Het omkeerpunt, zoals we in onze eerste rustweek in Ethiopië hadden na een vol hoofd van het Midden-Oosten met het echte Afrika nog voor de boeg, ervaren we nu omgekeerd in Otjiwarongo (Namibie). Door de afwezigheid van al het leven direct langs de weg, de aanwezigheid van een blanke meerderheid, de onopvallendheid waarmee wij als overlanders rondrijden en   alle luxe artikelen hebben we het echte Afrika achtergelaten en staan we al met één been in Europa. Met een traan om dit onverwachte afscheid, besluiten we het er dan maar van te nemen. Met een take away café latte van de Wimpy stappen we in de auto en vertrekken met hetzelfde gevoel alsof we naar Zwitserland gaan. Het doel is echter de waterval van Epupa, aan de grens met Angola. 

Onderweg overnachten we in Opuwo en bij het zwembad met groots uitzicht kletsen we met een Duits stel over hun soortgelijke reis in 1998. Met tips over leuke tracks in het afgelegen Kaokoland rijden we door naar de Epupa Falls, dat als een groen lint tussen de droge bergen met Angola ligt. We genieten van de waterstroom die voor onze tent raast en het ruisen van de palmbomen boven ons. Dit zou tevens de plek zijn waar we veel traditionele Himba’s zouden moeten zien, maar het lijkt erop dat donderdag niet hun wasdag is. 

Gezien we sinds onze ommekeer voor het gemak gaan, kiezen we dezelfde snelle weg terug naar Opuwo om daar de luxe van draadloos internet te benutten. We gaan op zoek naar betaalbare terugvluchten naar Schiphol, lopen Funda en Marktplaats af naar een huurwoning in Haarlem e.o. en schrijven scheepvaartbedrijven aan voor een offerte. Elke dag neemt Nederland stukje bij beetje meer ruimte in in onze gedachten. Aan de ene kant zien we er erg naar uit om eindelijk onze vrienden en familie weer te zien en zijn we ervan overtuigd dat veel langer reizen de bijzonderheid van elke highlight doet vervagen. Aan de andere kant kan zomers weer, ‘wild’ kamperen en deze ketting van prachtige landschappen oneindig lang door blijven gaan. 

Eén van de parels aan dit snoer is Puros in het zuiden van Kaokoland. Om er te komen nemen we een golvende route met de steile Joubert Pass als uitschieter om vervolgens verder te gaan in een groene vallei. We herkennen vanaf Sesfontein de verlaten droge Marokkaanse berglandschappen en stuiteren ons gek over wasbordtracks. Aan het einde bevindt zich een ware oase, waarin onverwachts giraffen hun nekken tussen het groen uitsteken. Vanaf onze kampeerplek wandelen we door een droge rivierbedding met springbokken, parelhoenders en struisvogels naar een nabij gelegen Himbadorp. Vanaf dit hoger gelegen punt kijken we prachtig over de groene kronkelende rivier. We zien hoe vrouwen hun kleren ‘wassen’ boven een kruidig vuurtje, hoe hun ronde veekraal met lemen huisjes is opgebouwd en hoe kinderen spelen met niets en elkaar. 

’s Nachts worden we opgewekt door snelle voetstappen van woestijnolifanten, waarvan we de volgende ochtend een veelvoud zien op de driehoeksroute die we rijden. Eerst passeren we oneindige droge berglandschappen, kilometerslang zonder enig teken van mensenleven. Dan bewonderen we de magnifieke uitzichten over Amspoort en duiken we de droge Hoanib rivier in. Dansend door het zand zien we in alle rust een paradijselijk wildleven aan ons voorbij trekken. Wij merken niets van agressieve woestijnolifanten, hooguit van extreem agressief poederstof op het laatste stukje, dat de verste uithoeken in de auto weet te vinden. Na al dit zand  en ontbreken van enige verkwikking in Sesfontein (de naam doet anders vermoeden) komen we in Palmwag weer helemaal bij, inclusief de huishoudelijke aangelegenheden. 

We laten wat bezienswaardige sterren links liggen en kiezen voor de ruige kustroute. Althans, de Skeleton Coast blijkt uitgestorven met enkel een afgedankt olieplatform en slechts twee moderne (1970) scheepwrakken. Al gauw bereiken we Cape Cross. Een enorme kolonie zeehonden blaft, hopt en poept van zich af. Deze gezellige drukte kunnen we van heel dichtbij vanaf een plastic recycle brug bekijken.  

We gaan door naar minder dichtbevolkte gebieden en pakken rondom Brandberg en Spitzkoppe nog wat 4x4 tracks. Twee nachten kamperen we vredig in alle afgelegenheid. Totdat we ’s ochtends wakker worden en we scheef in onze daktent liggen. Onze eerste lekke band na meer dan 50.000 km (deze banden zijn ook naar Marokko geweest). Een staalsplinter van een gravelmachine blijkt de boosdoener te zijn. Helaas bereiken we hiermee niet onze uitdaging om zonder lekke band in Kaapstad aan te komen. Toch zullen we alle positieve opmerkingen over onze Mud Terrains niet snel vergeten, met als spontaanste die van de oprichtster van Chimfunshi Chimps Sanctuary in Zambia. Als 70-plusser zegt ze bewonderend tegen Frank: “I like your tires”. Welke Nederlandse oma zou dat nu zeggen?  

In de kustplaats Swakopmund combineren we een toeristische rondwandeling inclusief sachertorte bij een Duitse konditorei met regelzaken zoals permits voor de nationale parken, verplichte campingreserveringen, boodschappen en de aanschaf van een sterrenkijkboek. Als Sterrenplukkers moet je natuurlijk na al die maanden wel weten waar je onder eet, slaapt en soms douchet. In het daarop volgende Walvis Bay valt niet veel te beleven. Het enige leven speelt zich af rondom een gezellige bar/restaurant aan de lagune. ’s Ochtends drinken we er café latte, ’s middags een biertje en ’s avonds ons eerste culinaire diner in heel Afrika, met kaarslicht. We kletsen wat af over ‘straks in NL’, waaraan een volgend huis moet voldoen en hoe we il Toros gaan verschepen. Het is dat we in de baai flamingo’s, pelikanen en zeehonden zien rondzwemmen, anders had dit ook het Brouwcafé aan de Oude Haven in Scheveningen kunnen zijn. 

In het Namib-Naukluft NP rijden we de eerste dag door uitgestrekte woestijnvlakten met maanlandschappen en Welwitchia levende fossiele planten. We kruisen twee maal de Steenbokskeerkring maar net als bij de evenaar in Kenia staan de aanduidingen langs de weg volgens onze GPS zo’n 3 km op de verkeerde plek. De tweede dag kenmerkt het landschap zich door diepe canyons en steile bergpassen. Met al het zitten in de auto is het tijd om de beentjes te strekken. Vanaf Koedurus Camp aan de rivier binden we de Zwitserse rugzak met landjager worst weer eens op. Lekker om echt weer eens actief bezig te zijn.  

Dikke regenwolken hangen boven ons op de weg naar Sesriem en Sossusvlei voor een volgend nieuw landschap: rode zandduinen. Eerst zien we nog de mooiste regenboog tijdens onze reis en plakken we nog even onze tweede (en laatste) lekke band. Een enorme, vlijmscherpe steen heeft zich op één van de beruchte lekke-banden-wegen in Namib-Naukluft NP door het dikste gedeelte van een net nieuwe band geboord. We staan versteld. 

In alle vroegte komen we aan bij de gate naar Sossusvlei. Het toegangshek is gesloten en op een bord staat dat het Nationale Park open is van zonsopkomst tot zonsondergang. Hoewel het om 5.47 uur allang licht is zegt onze GPS dat vandaag de zon om 6.02 uur opgaat. Toch zien we een auto het park verlaten, maar de portier deelt mee dat de gate pas om 6.20 uur open gaat. Dat betekent een half uur wachten om net de top 1 attractie van Namibië te missen. Hoe kun je je bezoekers toch verwelkomen?! Als om 6.07 uur de zon boven de bergen verschijnt, zegt de portier dat het helaas nog geen tijd is. Na een paar seconden vraagt Frank hem of hij meer gelooft in zijn mobieltje dan in de zon. Niet veel later verschijnt de parkmanager en gaat de gate toch ietsje eerder open. 

Als we aankomen bij Duin 45 hebben busladingen vol de kam van de duin al vertrapt en rennen jongelui als gekken over de flanken naar beneden. Wat een desillusie, maar als we even later hun voorbeeld volgen, begrijpen we hoe heerlijk het glijdend skiën door het zand is. We rijden door naar Dead Vlei en genieten vanaf de rode omliggende duinen van een lichte bries en de stille wereld onder ons. We keren terug naar Duin 45 om daar de ondergaande zon te zien. Voor een tweede keer klimmen we naar boven. Er waait nu een stevige wind, die onze voetstappen vlak achter ons al snel weg vaagt. Met slechts tien mensen zien we hoe de duinen door de wind terugkeren in hun maagdelijke situatie en besluiten dat de rustieke Sunset veel mooier moet zijn dan de populaire Sunrise. 

We dalen verder zuidwaarts naar Aus door afwisselende landschappen met zo nu en dan overstekend wild. Ook hier gaan we weer aan de wandel en zien de zon ondergaan over een wijde vallei. Juist hier hangt de volgende ochtend een bijzondere mist als we ’s ochtends om 6.00 uur naar Lüderitz rijden. Vanaf het hogere Aus duiken we de wolkenzee in en over een strook van 120 km tot 40 km van de kust bevinden we ons in niemandsland. Ook de kapitein van de catamarantrip in de haven vertelt dat de mist zover landinwaarts uitzonderlijk is. Net als de vlakke zee waar we over varen. Normaal zwemmen de dolfijnen, zeehonden en pinguïns door hoge golven, maar wij zien ze in alle kalmte. Prachtig! Op de terugweg pikken we het verlaten diamantstadje Kolmanskop mee. Het stadje is nog altijd gevangen in het vooroorlogse tijdbeeld en bizarre leefomstandigheden.  

Dan reizen we al weer af naar de grens met Zuid-Afrika. Langs de vruchtbare Oranjerivier, die beide landen scheidt, rijden we naar de Fish River Canyon. In de diepte kronkelt de geologische geschiedenis zich een weg. Van bovenaf bewonderen we de scheur in al zijn afwisselende perspectieven. ’s Avonds zwemmen we in de hete bronnen van Ai-Aïs onder een blauwe sterrenhemel. We genieten er enorm van. 

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Ketting van Landschappen).

Zinderende Zoutpannen

11:11, 11/11/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link
Terug van ons luxe uitstapje in de Okvango Delta blijkt bij aankomst op het vliegveld dat Il Toros toch wat jaloers is op zijn decadente passagiers. Uit protest wil hij niet starten. Het blijkt de startmotor te zijn, die waarschijnlijk net te veel water heeft gezien tijdens de doorwadingen in Moremi Game Reserve. De Toyota garage in Maun pept hem op met een revisiekit voor de startmotor. De differentieels blijken bij het vervangen van de olies gelukkig beter bestand te zijn tegen het water. Met een zeer schappelijke rekening en een blije auto gaan we op weg naar de Makgadigadi Zoutpannen en de Kalahari Woestijn. 

In tegenstelling tot de naam ons doet vermoeden is er in de Makgadigadi Game Reserve geen zoutpan te doorkruisen. We rijden door naar de bovenliggende Nxai Pan, terwijl we de x (uitgesproken met een tongklik in het Swetsana) uitgebreid oefenen. We struikelen bijna over onze tong, maar ook over drie auto’s, die vast zitten op de zandweg naar Bains Baobab. Het sleeptouw wordt voor de 10e, 11e en 12e keer aangehaakt en Il Toros sleept ze alle drie naar de gravelroad in minder dan 20 minuten. De weg is vrij en gek genoeg rijden wij zonder problemen in high gear met 30 km/u door het mulle zand. Even later eten we een pastasalade onder de prachtige groep baobab bomen midden op de zoutpan. Het lekkere eten zetten we ’s avonds voort in het restaurant van de sfeervolle Planet Baobab om te vieren dat Nicole haar oma 80 is geworden.  

De volgende dag rijden we dan echt over de zoutpannen (zie Filmpje). Over de uitgestrekte witte vlakten ‘racen’ we met 80 km/uur; een droom van veel Top Gear kijkers. Onderweg bij het kilometerslange veehek sprokkelen we wat hout en al vroeg bereiken we Kubu Island. Vanaf onze hoger gelegen kampeerplek genieten we bij het kampvuur van de sterren boven de witte zee van zout. De volgende ochtend zien we de zon opkomen achter het eiland en ‘scheuren’ we door naar de Central Kalahari. 

In de vier hete dagen die volgen bevinden we ons op en top in een National Geographic uitzending. De befaamde namen van Deception Valley, Sunday Pan en Piper Pan krijgen meer betekenis dan dezelfde beelden van enorme gele grasvlakten van tv. Oryxen en springbokken zijn veel vertegenwoordigd, net als honingdassen, vossen en jakhalzen. Regelmatig zien we leeuwen: een mannetje, die zijn pasgedode springbok bewaakt met dertien jakhalzen om zich heen. Een groep luierende leeuwinnen onder een boom. Een vrouwtje in de vroege ochtend met een rood bebloede bek. Haar zussen hebben we ’s avonds klaar zien liggen voor de jacht. Meest indrukwekkend was de brullende leeuw bij de waterhole vlakbij één van onze privécampings. Om de 20 minuten liet hij zijn diepe brul horen waarna hij telkens 10 m dichter naar onze auto toe kwam sluipen. (Zie Filmpje) Mensen zien we er nauwelijks. Wat voelen we ons bevoorrecht om hier in zand, stof en hitte te mogen zijn. 

Ons water (incl. douchewater) en de diesel begint op te raken. Het wordt tijd om de Kalahari en Botswana te verlaten. Om de Trans-Kalahari Highway te bereiken betekent dat eerst een rit over een zandweg van meer dan 100 kilometer. Op een half dagje lopen van het eerste dorp net buiten het park staat een pickup zonder vierwielaandrijving vast. Twee Botswaanse onderhoudsmannen zijn op pad zonder schep, touw en water. De banden hebben ze tot het minimum af laten lopen, maar met één man duwkracht komen ze niet los. Il Toros komt weer in actie, we pompen hun banden op met onze compressor en geven ze een 5 liter fles water. Onvoorstelbaar hoe mensen hun leven zo op het spel kunnen zetten. Voor de zekerheid geven we in het eerst navolgende dorp bij de politie aan dat deze mannen vandaag aan zouden moeten komen, met of zonder auto.  

De Trans-Kalahari Highway is een kaarsrechte asfaltweg naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië. We zetten een luistercd op met een vermakelijk Delfts college over klimaatverandering en de aarde. Om ons heen glijden de mooie woestijnlandschappen, waar de professor over vertelt. Windhoek blijkt een grote, moderne, nette Duitse stad te zijn, waar we ons totaal niet welkom voelen. Bij de eerste camping, of eigenlijk vakantieoord, proesten we het uit als we een spierwitte kampeerder in z’n zwembroek met handdoekje rond zien lopen. De prijzige kampeerplekken zijn allemaal volgeboekt. Andere lodges blijken geen camping meer te hebben of staan geen daktenten toe. En dat in het land van de huurauto’s met daktenten!  

Gelukkig hebben we sinds ons vrijwilligerswerk in Zambia vrienden in Okahandja, 70 km boven Windhoek. FCE heeft daar een lieflijk gelegen guesthouse met campsite, waar we het weekend doorbrengen. We krijgen een roundavel aangeboden, omdat er de laatste weken wordt ingebroken in het dorp. Die nacht wordt er juist een poging gedaan bij FCE, maar de bewaker drukt op tijd op de beveiligingsbel, terwijl hij zichzelf verstopt achter een boom. Net als uit de verhalen van andere overlanders blijkt veiligheid in Namibië een probleem. We zijn dus nog alerter op waar we kamperen. De openheid en oprechtheid van de FCE-mensen uit Zambia ervaren we ook hier. Bovendien worden we in onze huishoudelijke taak verlicht met de eerste wasmachine sinds Nairobi (Kenia). 

Toch moet er het één en ander geregeld worden in Windhoek dus op maandag rijden we terug en boeken een kamer bij de Chameleon Backpackers. In de woonkamer zien we Jan en Dave, twee motorrijders die we voor het laatst in Nairobi hebben gezien. ’s Avonds gaan we naar de Biergarten, waar we oryx, zebra, wrattenzwijn, kudu en struisvogel bestellen. Vanaf Botswana is het normaal om ‘game’vlees te eten (en te produceren) en eerlijk gezegd smaakt het allemaal geweldig lekker.Na alle offroadritjes lijkt het ons verstandig om de wielen eens uit te lijnen. Van dit moment maken we gebruik om onze achterbanden te verwisselen. Zonder één lekke band op meer dan 30.000 km (+ 10.000 km naar de Sahara in Marokko) lijken onze mudterrains onverwoestbaar, maar er zit honderden kilometers gravel aan te komen en een slipcursus hebben we niet als voorbereiding gehad. 

In Waterberg worden we op nieuw geconfronteerd met dit luxe vakantieland. Op de camping staan meer dan 30 witte huurauto’s, campers en een overlandtruck in rijen opgesteld. Iedere plek is genummerd, heeft een braai, kraantje, elektrapunt en verlichting. Het toiletgebouw heeft zelfs een wasdroogzone. Er is een restaurant, winkeltje, zwembad en tankstation midden in dit park! Het is lang geleden dat wij op zo’n camping hebben gestaan. Bij het kampvuur beredeneren we dat dit in onze jeugdtijd moet zijn geweest. Als we de volgende dag de Waterberg Plateau op wandelen komen we aan de rand bij een bord. Zonder toestemming (=toegangskaartje) en gids mag je niet op het plateau komen. Tijdens onze bergwandelingen in Zwitserland zijn we nog nooit zoiets tegengekomen. Wat voelen we ons beperkt in deze toeristenwereld. Langzaam bekruipt ons het gevoel dat we het echte Afrika al in Botswana hebben achtergelaten, hoewel. De uitzichten vanaf de plateaurand zijn schitterend Afrikaans. 

Onderweg naar Etosha NP bezoeken we de Hoba meteoriet bij Groot Fontein. De grootte van de ijzeren steen is niet overweldigend, echter wel het besef dat onze auto qua gewicht 16 keer in de 3x1x1m zou moet worden geperst. In Groot Fontein doen we een malariatest bij het staatsziekenhuis om de hoofdpijn van Nicole als malaria uit te kunnen sluiten. De bloedstrookjestest is niet erg betrouwbaar en op de vraag of de test accuraat is bij het slikken van profylax haalt de zuster ongeïnteresseerd haar schouders op. Met een negatieve uitslag is de hoofdpijn waarschijnlijk een vorm van zonnesteek geweest. 

In Etosha NP beleven we het Namibische toerisme bij uitstek. Alles gaat hier in grote getale: mensen in touringcarbussen, grote groepen zebra’s en tientallen waterholes met altijd wel een beest. Na een asfaltweg door het park betalen we de entreegelden bij Namutoni, een Duits fort dat herbestemd is tot restaurant annex shops met lodges en camping in de nabijheid. Alles is prachtig met Deutsche grundlichkeit uitgevoerd. We kopen een uitstekend gedetailleerde kaart met eindelijk een perfect dierenoverzicht. Al snel zien we er zo’n 80% van. Dan nemen we een ongebruikelijk lusje zonder waterhole en totaal onverwachts zien we een witte neushoorn slapen onder een acacia. We zijn uitgelaten, dat we dit beschermde diersoort hebben ontdekt. 

Als wildlife liefhebbers zijn we blij als we ’s avonds aankomen bij de wat eenvoudigere Halali Camp. Bij de waterhole zitten dan wel ca. 40 mensen op de tribune met een biertje of camera, maar het is er muisstil. Ietwat teleurgesteld na onze ontdekking van vanmiddag zien we 5, 6, 7 witte neushoorns en ook nog een kleintje. Maar dan niet veel later verschijnt daar een luipaard. Rustig gaat hij zitten drinken, terwijl wij hem uitgebreid kunnen bekijken. Wel wat gemakkelijk, maar wauw, de Big Five is bij de laatste mogelijkheid dan toch compleet! Om 23.45 uur kunnen we met een gerust hart gaan slapen. 

Zoals wij in een wildpark gewend zijn gaat om 5.00 uur de wekker om geen enkele vroege vogel te missen. Blijkbaar zijn de dieren in Etosha echter meer afgestemd op de Europese bezoekers en laten zij zich pas later zien. We zien vooral brandende waarschuwingslampjes in het dashboard. Vanaf Waterberg hebben we deze storing al, maar na een herstart of even flink gas geven is er niets meer aan de hand. Toch herhaalt de storing zich steeds vaker, totdat hij later op de dag niet meer verdwijnt. Midden in het park controleert Frank alle zekeringen, loopt de aardcontacten na en meet de spanning van het elektrische circuit. Met twee extra (huishoudelijke) accu’s als backup kan er niet veel mis gaan, maar een telefoontje naar onze garage in Nederland is wel zo geruststellend. Met onze satelliettelefoon krijgen we Ton van 4x4 Centrum Ermelo al gauw aan de lijn. Met wat tips over printplaatjes en dynamotestjes concluderen we snel dat het een slecht werkende dynamo moet zijn. Vervolgens bellen we vanuit de Etosha zoutpan met de dichtstbijzijnde Toyota garage 250 km verderop en maken een afspraak voor na het weekend.  

Met een voortdurend oog op de voltagemeter brengen we nog twee dagen door in het park. Aan de waterhole bij de populaire Okaukeujo Camp zijn de mensen niet zo stil en zit een rijkeluis vrouw vanaf haar dakterras met uitzicht op het waterhole luidruchtig te bellen over haar fantastische bungalow. Toch zien we er de mooiste zonsondergang van Afrika gedurende onze hele reis. 

De volgende dag zien we in eerste instantie vooral ‘doorsnee game’ in de bewoordingen van de bellende dame. Toch besluiten we aan het eind van de middag terug te gaan naar de zoutpan waar we ’s ochtends drie leeuwen onder een boom hebben gezien. Bij terugkomst blijken het er zeventien te zijn. Mannetjes, vrouwtjes, welpjes, allemaal zijn ze klaar voor een kill. Ons doel tot aan zonsondergang/sluitingstijd is te wachten op de vangst. Nu kunnen we natuurlijk met wat gesjoemel van de foto’s zeggen dat de leeuw een springbok heeft gedood. Maar het echte verhaal is dat achter ons een zwakke springbok omsingeld wordt door een jakhals. Met een paar beten ligt het arme beest op de grond en nog ‘springlevend’ beginnen de jakhalzen vanaf de staart het dier op te eten. We vinden het nogal wreed en geven ons plaatsje gauw aan een andere auto. Even later heeft één van de leeuwen door dat het eten is geserveerd en komt zijn kostje ophalen. De rest van de familie trekt bij het ondergaan van de zon de pan verder in. Helaas moeten we ons dus zonder echte kill haasten om voor het sluiten van de gate op de camping te arriveren. 

In Otjiwarongo verwijst Toyota ons door naar een vakkundige elektrotechnische automonteur. De man klaagt dan wel continu over dat Namibië zo duur is geworden maar voor 75 euro en 3 uur later weet hij de fout op te sporen en vervangt hij de regulator van de dynamo. De volgende twee dagen brengen we door op een afgelegen boerencamping. Alle drie komen we bij van de overuren die we in Etosha hebben gemaakt. Ook draaien we mentaal de knop om van een ‘Ontdekkingsreis door Afrika’ naar ‘Vakantieweken in Zuid Westelijk Afrika’. Wat een luxe om nog 6 heerlijke weken vakantie te hebben in een soort ruig Zwitserland met warmere temperaturen. Voor de tweede keer worden de dagen langer en maken we een zomer mee. We maken ons klaar voor het uiterste noorden van Namibië, het afgelegen Kaokoland en de woestijnkusten naar het zuiden. 

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Zinderende Zoutpannen en Filmpjes).

Droog maar Drassig

10:00, 10/16/2010 .. Geschreven in Reis .. 1 reacties .. Link
Na twee weken nemen we afscheid van iedere FCE hofbewoner afzonderlijk en verlaten we Masaïti. Na veel vervelende verhalen over Lusaka vermijden we deze hoofdstad en stemmen onze overnachtingen daar op af. Op een boerderij 40 km ervoor proeven we de Zuid-Afrikaanse boerewors en de avond erna zien we de zon ondergaan in Lake Kariba. Door een wat saai landschap en over grote afstanden reizen we zo in drie dagen af naar de beroemde Victoria Watervallen. In Livingstone ontmoeten we eerst Hollander Berry Bagmeijer op zijn lodgeterrein “Do Come Inn” in aanbouw. Te midden van de stenen casco’s en de vele plannen daaromheen drinken we biertjes aan zijn ronde bar. De rode zon gaat onder en we bewonderen de gedurfde aanpak van deze man om op deze plek zijn toekomst op te bouwen.  

We zijn uiteindelijk meer onder de indruk van deze Nederlander dan van de Vic Falls. In plaats van het 2 km lange watergeweld van de films stroomt er nu slechts op een aantal plekken een aardige waterval. We maken ons een voorstelling van hoe ontdekker David Livingstone overweldigd werd door dit waterwonder. Ook wijzelf trekken de stoute schoenen aan/uit en maken gebruik van de lage waterstand om met opgetrokken broekspijpen de watervallen juist nu van de andere kant te zien. Tja, net als het ontbreken van valhekken zijn dit soort avontuurlijke activiteiten nog steeds toegestaan in Afrika. Samen met de kilometerlange regenboogstraal en de diep uitgesleten rotswanden besluiten we de microlightvlucht te cancellen en ooit eens tijdens het goede seizoen vanaf Zimbabwe de watervallen opnieuw te bezoeken. 

Met de ferry steken we vervolgens de Zambezi over en daarmee staan we meteen in Botswana. 95% van het hier geproduceerde vlees wordt geëxporteerd naar de Europese Unie. Vanwege strenge eisen van deze ‘club’ m.b.t. ziektes moeten we door een desinfectiebad rijden en onze schoenzolen erin dopen. Ook het meenemen van vlees tussen de districten is niet toegestaan. Hoever kunnen ‘onze eigen’ regels gaan?!  

In Kasane merken we meteen dat we in een ander Afrika zijn aangekomen. Alles toont rijker en er zijn veel meer zelfrijdende toeristen. Campings zijn vol en alle parken en overnachtingen moeten vooraf  worden geboekt. Dat wordt nog een uitdaging als blijkt dat Zuid-Afrikanen dit al een jaar van te voren doen. Ook komt dit helemaal niet overeen met de ‘Pluk de Dag’ vrijheid waarmee we altijd al gereisd hebben. We bereiden ons voor en met pijn in onze principes betalen we $50 p.p.p.n. voor de campingplaatsen. Onze verwachtingen zijn hoog. 

Bij de gate van Chobe National Park kruisen we een Nederlandse auto met twee Haarlemmers erin. Het blijken Laura en Vegter te zijn, van wie wij hun website hebben gelezen als voorbereiding op onze reis. Zij zijn in Afrika blijven hangen voor een speciale opleiding en opnieuw aan het reizen. We praten aan één stuk door, horen dat ze een huis te huur hebben in Haarlem en dat de Australische Mark & Allison op Third Bridge Camp staan. Jammer, dat we ieder een andere kant op moeten. Dus dat biertje moet later maar eens. 

We verblijven 5 nachten in Chobe, Savuti en Moremi National Park. Op de Chobe Rivier maken we een boottocht en zien grote kuddes olifanten, waarvan er een aantal de rivier overzwemmen. Wauw! Vanaf het bovendek zien we dat het hoge groene gras overal is kort gegeten en dat al op een paar meter buiten de oevers het gras geel is. De droogte in de parken is enorm. We rijden kilometers lang door diepe zandtracks, waar we prille zelfrijders met een huurauto en keiharde banden uit het zand moeten bevrijden. Zelfs alle waterpoelen in Savuti zijn opgedroogd en daarmee zijn de dieren verdwenen. Aan de rivieren is nog de meeste kans om wat te zien, maar al gauw dringt tot ons door dat de beesten diep in de onbereikbare delen van de Okavango Delta en Moremi Game Reserve zijn getrokken.  

Toch schijnen er nog luipaarden te zijn gespot op Dead Tree Island, dus we gaan op jacht. Dit loopt uit op een lange zoektocht naar een begaanbare track en diverse doorwadingen. We verbazen ons erover dat Il Toros zich er telkens weer doorheen weet te ploeteren. Verderop staat een auto al 2 uur vast in de modder. Alle bagage staat op de kant en twee andere auto’s met inzittenden werken zich in het zweet. Bij het horen van ons geronk groeide hun hoop (naar hun zeggen). Na wat trekken en rukken met onze Toros staat de huurauto weer snel op het droge. (Zie Filmpje) 

Wij vervolgen onze luipaardenjacht. Bij de laatste doorwading zien we geen bandensporen in en uit het water komen. Frank wil op onderzoek uit, maar met luipaarden in de buurt vindt Nicole dat niet zo’n verstandig plan. Achteraf blijken hier ook krokodillen rond te zwemmen. Zonder werkende lier besluiten we de grens van Il Toros niet hier te beproeven en rijden door naar Third Bridge, waar leeuwen zouden zijn gezien die ochtend. Op de campsite staan Mark & Allison te lunchen. We schuiven aan en praten over onze reizen na onze laatste ontmoeting in de Masai Mara (Kenia). Ook vertellen ze over hun doorwading naar Dead Tree Island. Omdat dit hun diepste waterkruising was tot nu toe, besloten ze terug te gaan om het vervolgens vast te leggen op video. Op de film is vlak voor het einde een ratelend geluid te horen: een afbrekende ventilator, die dwars door de radiator schiet. Kapotte auto, geen luipaard gezien en dat allemaal op hun trouwdag. 

Na de vijfde dag in het park zien we nieuwe beesten juist buiten het park. Op de camping zien we ’s avonds een piepklein nachtaapje in de boom, lopen er dwergmongooses door het veld en rent een honingdas onder de auto door. Al met al hebben we een stuk minder in de parken gezien dan gehoopt en ook de groene, natte delta van tv hebben we nog niet ervaren. In deze tijd van het jaar zou dat alleen echt in de Inner Delta van de Okavango Delta kunnen, maar dat betekent vliegen en in onbetaalbaar dure lodges zitten. 

We rijden door naar het stadje Maun voor nieuwe reserveringen en inkopen voor de Kalahari Woestijn. Wederom op advies van John Inden van de Oranje Trophy gaan we op zoek bij een Nederlander met een leuke bar tegenover het vliegveld. We eten een broodje kroket, praten met Klaas over van alles en nog wat en bespreken de mogelijkheden om de Okavango Delta in te gaan. Eén uitspatting tijdens onze reis moet kunnen en uiteindelijk trakteren we onszelf op een 2-daagse last-minute naar Little Kwara. 

Met Pa Meijer als vliegenier in onze gedachten brommen we in een Cessna over de Okavango Delta. Een prachtig waternetwerk met groene drassige uitlopers glijdt onder ons door. Er tussen door zien we een enkele olifant en verderop veel kurkdroge vlaktes. Zo van bovenaf begrijpen we goed waar we de laatste dagen doorheen gereden hebben. We landen op de airstrip van de lodge en worden verwelkomd zoals we in het boekje “Voor de leeuwen” van een Nederlandse gids op zo’n rijkeluis camp hebben gelezen. Onze tent is een architectonisch hoogstandje op palen met een plens van een buitendouche, een gigantisch bed in het midden (Oude Vest 59A in groot formaat) en een heerlijke veranda. Met 42 graden is het zo midden op de dag bloedje heet. Nicole neemt een koud bad en de was wordt voor ons gedaan. Werkelijk alles is ‘all inclusive’ en met de brunch genieten we volop van asperges, lamsvlees, het kaasplankje en appelcider. Wat is dat allemaal lang geleden. 

De twee dagen dat we hier zijn worden we rondgereden in het private wildpark. Naast het ‘doorsnee’ wild, zoals één van de ongetwijfeld miljonairsgasten het noemde, zien we hoe de gidsen vakkundig sporen volgen. Aan het einde van de track treffen we parende leeuwen aan. Wij als last-minute gasten delen de auto met een Oostenrijks vogelminnend paar. Ondanks dat ons verlangen naar een luipaard of wilde hond niet wordt bevredigd, glimlachen we voortdurend bij het zien van alle vogelpracht. Vooral tijdens de bootsafari als we na een supersnelle vaart door het bochtige waterstelsel aankomen bij de broedplaats van enorm grote vogels genieten we volop vanaf het bovendek met een wijntje en de ondergaande zon. 

Op de terugweg naar het kampement beleven we nog een nightdrive met een spannend einde, want midden in het veld begeeft de auto het. Omringd door leeuwen en olifanten proberen de mannen de auto weer aan de praat te krijgen. Als dit na een kwartiertje niet lukt wordt er via de radio om hulp gevraagd. De dieren vinden al dat wachten totaal niet interessant en druipen af het donker in. Even later worden we opgehaald en zitten we al weer met de andere gasten aan de lange eettafel te praten over alle avonturen. 

De laatste ochtend maken we een boottocht met een mokoro (uitgeholde boomstam). We glijden door het rustieke riet en zien gapende nijlpaarden, geurige lelies en springende ‘Red Lechwes’. Hoewel de Okavango Delta niet zo nat is als in onze verwachtingen en we geen nieuwe dieren hebben gezien, besluiten we dat we toch wel een heel bijzonder uitstapje hebben gemaakt. 

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Droog maar Drassig en Filmpjes).

Hof van Eden

10:59, 9/30/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link
Malawi en Lilongwe blijven aan ons trekken. We worden geconfronteerd met ons beider lijstjesgeest. Daar kan Afrika of een overlandreis als levenszoektocht geen einde aan maken. Visumverlenging X, malaria- en bilharziapillen X, gaskabel X, geldteruggave dubbele boeking X, naaiherstelwerk X, boodschappen X, toch maar een nieuwe broek X, emails X, gas bijvullen X. En dan ook nog onze blog. Pfff. Tussen al het wegstrepen door filosoferen we wat af. Conclusie: Rust zit in je hoofd en krijg je niet door een reis of vakantie. Na het vertrouwde Malawi zijn we toe aan nieuw avontuur, toe aan een nieuw land. Een paar dagen later lukt het ons om ons los te rukken van het Warme Hart van Afrika en reizen we af naar South Luangwa NP in Zambia.

In dit wildpark wordt onze ontdekkingslust beantwoord en worden we keer op keer verrast. Zo zitten we bij het vallen van de avond aan de rand van de diep uitgesleten Luangwa rivier. In deze droge tijden is daarvan slechts een klein stroompje over. Frank gaat op zoek naar krokodillen met zijn verrekijker. Nicole lacht hem uit, want met al zijn ingespannen getuur ziet hij de overstekende olifanten over het hoofd. Het uitzicht van deze kampeerplek is magnifiek. 

De volgende nacht wordt zo waar nog spannender. Op Croc Camp waarschuwt de eigenaar ons niet voor krokodillen maar voor olifantenbezoek, overdag en ’s nachts. Net nadat hij ons adviseert alle etenswaar en met name fruit uit de auto te halen staat de eerste grijze reus al naast onze nu ineens klein geworden dinky toy. De geur van net verplaatste appels leidt hem snel af naar onze buurman, die na een verrassingsaanval van deze geruisloze kolos alsnog zijn sigaret opsteekt. Ook die nacht komt deze olifant ons diverse malen bezoeken met zijn familie. Op ooghoogte vanuit onze daktent gaan ze elke keer op nog geen meter aan ons voorbij met gelukkig alleen aandacht voor de omringende knapperige bladertakken. Dit is toch even wat anders dan die ‘slechts’ meterhoge nijlpaarden in die nacht aan Lake Baringo (Kenia). 

Tussen deze hartoverslaande avonturen zien wij in South Luangwa ook hoe kwetsbaar giraffen voorover bukken om te kunnen drinken en merken wij hoe getraind we raken in het onderscheiden van impala’s, gazellen, bush bucks, puku’s en andere hertachtigen. Zonder de ‘Big Five’ met de luipaard te kunnen completeren, maar met tientallen doodgeslagen steekvliegen in de auto verlaten wij het park via de wat ongebruikelijke Noordgate. Althans, daarvoor moeten we eerst een vastzittende Australiër en Nederlander uit de rivier trekken, voordat we er zelf langs kunnen.  

We klimmen omhoog uit de Luangwa Vallei en dan begint een rit van een aantal dagen door het niet toeristische noorden. We prikken een kampeerplaats op de GPS. Mutinundo Wilderness Camp blijkt weer een verrassing. Vanaf bolvormige granietheuvels genieten we van een rode zonsondergang over Zambia’s geelgroene en rode bossen, die nu in september in de bloesem staan. Zonsondergangen en heerlijke zomeravonden maken reizen in Afrika elke dag weer volmaakt. 

Op een woensdag komen we aan bij Foundation for Cross-Cultural Education (FCE) in Masaïti voor ons tweede vrijwilligersproject namens GAiN. FCE traint missionarissen vanuit heel Afrika, maar ook uit andere continenten in onderwijs op allerlei gebied. Ze hebben een afdeling voor landbouw en veeteelt, gezondheid, basis- en voortgezet onderwijs, naaiwerk, timmerwerk en meer. Op de ‘Farm’ onderwijzen ze studenten en dorpelingen, maar tegelijkertijd leven ze van de koeien, varkens, kippen, eieren, maïs, de groentetuin en citrusbomenkwekerij. Ook wordt gebruikte olie omgezet in biodiesel en zeep. Bij FCE gebruiken ze vier basisprincipes die verwijzen naar Bijbelteksten: 1- Begin op tijd 2- Werk volgens de standaard en dit betekent het beste 3- Verspil niets 4- Werk met plezier. Zodra de Afrikanen dit onder de knie hebben, zien ze dat hun inspanningen uiteindelijk worden beloond.

Normaalgesproken wonen er ruim 150 mensen met meer dan 20 nationaliteiten op de ‘Base’ maar op dit moment is het er stil vanwege meerweekse community en missie trainingen in omliggende steden en dorpen. Al gauw horen we dat we op de ‘Juiste tijd, juiste plaats’ zijn aangekomen. De ‘Base’ moet de aankomende maanden verplaatst worden naar het 8 kilometer verderop gelegen ‘Kotini Eden’. De meeste bouwactiviteiten, zoals de tientallen slaapvertrekken voor studenten, de gigantische keuken en een enorm douche- en toiletgebouw zijn in een vergevorderd stadium. Echter slechts anderhalf van de negen huizen voor de stafmedewerkers zijn gereed, terwijl Zhak en zijn gezin er over drie weken al in moeten. 

Voor ons betekent dit twee weken klussen in het rustieke Hof van Eden. Frank zal alle ruiten plaatsen, deuren afhangen, het keukenblok herplaatsen en het sanitair installeren. Nicole gaat de buitenboel schilderen en alle plafonds, althans zo lang de voorraad strekt. De ‘levering’ en aanwezigheid van deuren, glaslatten, verf en goed gereedschap varieert immers. Inmiddels zijn we wel gewend aan de Afrikaanse standaard en maken handig gebruik van onze ingenieurscreativiteit. Al snel blijkt ook dat ‘quickly’ hier een stopwoordje is, maar meestal volgt er dan een uitgebreide rondleiding of een vermakelijk verhaal. 

Leven in dit FCE Hof van Eden betekent omringd zijn door een vooral jonge Zuid-Afrikaanse staf. De meesten werken hier al heel wat jaren geheel vrijwillig in ongekende vrede met een rijkelijk gevoel voor humor. In al onze dagen hier merken wij opvallend genoeg niets van jaloezie, roddel of achterdocht. Na iedere dag fysieke arbeid schuiven we aan bij de levendige avondmaaltijden en genieten we van alle verrukkelijke kookkunsten uit eigen tuin. Daarna worden we vaak uitgenodigd voor koffie en thee bij één van de FCE’ers. In het Engels en Zuid-Afrikaans praten en lachen we over van alles en nog wat. Opmerkelijk is de grote interesse in elkaar. 

Zuid-Afrikaans is ook het afscheidsfeestje dat weekend van de jonge Theuns, die na een aantal jaar als missionaire timmerman bij FCE gewerkt te hebben nu de artsenopleiding gaat doen. Met een brede lach ervaren we ieders acteurskunsten in het thema dokter/zuster/patiënt. Nicole heeft daar ook niet zoveel moeite mee, omdat zij helaas tijdens het schuren gruis in haar oog heeft gekregen en dit er na twee oogdouches niet uit wil. Uiteraard wordt er ‘gebraaid’, een Theuns-levensvragenspel gespeeld en ter afsluiting wordt er ‘en groupe’ gebeden, gewenst en dankwoorden uitgesproken. Dat weekend gaat men op zondag niet naar de kerk, omdat ons inziens iedere dag Gods woorden in praktische vorm worden verwezenlijkt. ’s Avonds gaan we naar de meeting waar we delen in spontane zang en bidden we twee aan twee een lange lijst van gebedspunten. 

Over missionarissen bestaat waar wij vandaan komen discussie. Veelal wordt er bij Missie gedacht aan het opdrukken van het Ware Geloof. In Lindi (Tanzania), Rumphi (Malawi) en ook hier in Masaïti (Zambia) hebben we wat langer de dagelijkse gang van zaken kunnen ervaren. In armoede en onwetendheid hebben mensen behoefte aan geloof om het onverklaarbare te kunnen plaatsen. Van grootvader op vader op zoon zijn Afrikanen gewoon in Witchcraft of Hekserij te geloven. Dit betekent dat een Afrikaan bij de dood van een dierbare, bij ziekte of ander onheil naar een medicijnman gaat. Deze onkundige dokter kan de uitgesproken vloek tegen betaling met een tegenvloek, nepmedicijn of persoonsaanwijzing verhelpen. Meestal betekent dit dat iemand onterecht veel geld betaalt, overlijdt aan een eenvoudige ziekte of dat een onschuldige voor de rest van zijn leven verstoten wordt.
Het is ongelooflijk dat mensen zonder onderwijs elkaar dit al generaties lang aandoen. Welke godsdienst dan ook kan deze onwetende Afrikanen helpen om te geloven in een realistische logica en gezondheidszorg. Elk geloofsboek geeft in bruikbare verhalen oorzaak en gevolg weer. Het is een leidraad voor diegene die op zoek is naar logica. Helaas zal het nog een aantal generaties duren voordat het dualistische geloof in hun eigen Witchcraft en in die van de Christenen tot een echte ontwikkelingsgedachte zal komen. 

Tijdens een (gedeeltelijke) wereldreis zoals wij die nu maken, zijn dit de lessen die je hoopt op te steken. Het afbouwwerk in missionaire kring is echt iets anders dan reizen en waterputten boren. We zijn dankbaar dat wij deel mogen nemen in deze unieke wereld van FCE en bewonderen de vurige spirit van de missionarissen hier. Wij zijn niet geroepen om dit soort van educatie te verrichten, maar wel om met onze eigen professie deze duurzame ontwikkelingshulp te ondersteunen.  

In het tweede weekend besluiten we de omgeving van de minder bezochte Copperbelt regio in te trekken. Op weg richting Congo doorkruisen we een industrieel gebied met veel kunstmatig opgeworpen heuvels. Erachter gapen diepe open mijnen waar koper wordt gewonnen. We buigen onze weg af naar Chimfunshi Chimp Sanctuary. Dit blijkt de chimpanseeopvang te zijn waarover Marco en Mirte (Destination Adventure) ons hebben verteld tijdens de aanschaf van alle elektronica in de auto.  

Na een rustieke avond op de camping aan Kafue River bezoeken we de chimpansees. We genieten van hun speelsheid en menselijke trekken. Bij de ‘naughties’ (=ondeugenden) speelt Frank handje klap, nadat de kleine er met een rol pepermunt van door gaat. Haar vader showt op de achtergrond luidruchtig zijn geslachtsdelen. Rond voedertijd is het één groot feest. (Zie Filmpjes) Er wordt luid ge’oehoet’ en als iedereen zich verzameld heeft in de kooien, worden de chipzakken uitgedeeld! Net als met de bananen en sinaasappels weten de apen precies hoe ze het met hun grote handen open moeten maken, maar met net zoveel verfijnde precisie eten ze elke kruimel op. Vaak weten ze met een ondeugende pokerface ook nog het één en ander van hun buurman weg te kapen. Communicatief als ze zijn gebaren ze tenslotte naar de verzorgers met hun hand door de tralies om meer eten uit de keuken te halen. Maar het feest is voorbij en wij rijden terug naar het vredige Hof van Eden. 

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Hof van Eden en Filmpjes).

Rode Maan en Krokodillentranen

09:00, 9/10/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link
In een vlot tempo rijden we door de afwisselde landschappen van Zuid-Tanzania richting Malawi. Grote luidruchtige groepen met overlandtrucks maken al snel duidelijk dat de zomervakantie in volle gang is. Enerzijds doet dit ons denken aan familie en vrienden die we graag bij ons ceremonieel huwelijk aanwezig hadden gezien, anderzijds zijn we blij dat we het niemand aandoen om op die manier te reizen.  

Bij het binnenrijden van Malawi daalt er een rust over ons neer. De komende maand voelt als een intermezzo, waarin we het bekende van 8 jaar geleden kunnen (her)plaatsen in onze Afrikaanse droom van nu. Hier zullen we onze ouders en vrienden laten zien waarom Afrika ooit ons hart in brand heeft gezet, waar de oorsprong ligt van deze overlandreis en onze liefde.  

Op de rit vanuit het noorden naar de hoofdstad Lilongwe gaan we als eerste langs in Rumphi bij Matunkha Centre. Met ontzag voor alles wat er in de laatste 8 jaar gerealiseerd is wandelen we door het nu groene kindvriendelijke dorp. Het dagverblijf waarvan Frank in 2002 de fundering heeft aangelegd piekt nu met zijn witte puntje boven de boomtoppen uit. Tussen ‘onze’ roundavels van toen kamperen we een aantal nachten in ons huisje van nu. Samen met serveerster Salome kopen we stof op de lokale markt en laten we er onze trouwkleding van naaien. 

Vanwege dieseltekort (omdat de huidige president zo nodig een nieuw vliegtuig voor zichzelf heeft laten bouwen) moeten we met een omweg naar Lilongwe rijden. Dit geeft echter de mogelijkheid om de accommodaties voor onze ouders voor te proeven en bij te stellen. We passeren zo ook al onze trouwlocatie, waar we alle afspraken maken en Frank zijn belofte op de valreep waarmaakt en voor de tweedemaal een huwelijksaanzoek doet. 

Op een boomrijke en aapvolle camping in Lilongwe volgt een week met het afwerken van een lange ‘to do list’. De auto, daktent en alle huisraad krijgen technisch en huishoudelijk een grote beurt. Het waterfiltersysteem wordt chemisch gereinigd, slaapzakken worden uitgewassen (helaas op de hand dit keer) en ook wijzelf worden even medisch gecheckt op eventuele malaria. Later zullen we een verlenging van onze visa aanvragen en de gasfles bij laten vullen. 

Dan breekt eindelijk het moment van dikke krokodillentranen aan. Net op tijd arriveren we op het vliegveld. Bij het zien van al die dierbare grijze koppies schieten we vol. Wat een heerlijk weerzien! Nadat iedereen fris gedoucht is en de eerste cultuurshock heeft overwonnen, gaan we aan tafel voor alle verhalen en een lekkere maaltijd. Vanaf het begin is het dikke pret met elkaar. Hun chauffeur Osman is daar een goede aanvulling in met zijn vrolijke lach en continue antwoord van “Ja. Ja. Ja.”’ en “Thank you!” op welke vraag of opmerking dan ook. 

Met verantwoorde snelheid en een stroom aan informatie rijdt Osman ‘De Vijf’ door het uitgestrekte Malawische land. Om beurten staat Nicole haar plekje af, zodat de anderen kunnen ervaren hoe wij zelf reizen en wat het verschil van bladveren, schroefveren, bandenspanning etcetera met je lijf doet. In het zuiden bezoeken we de eerste dagen het bosrijke Zomba en het heuvelig groene Thyolo van alle theestruiken. Op goed geluk worden we toegelaten op een enorme theeplantage. We worden verwelkomd met verrukkelijke koffie en thee. Helaas wordt ons verteld dat we de theefabriek niet kunnen bezoeken, maar dat we wel door mogen rijden naar de picknickplaats bovenop Thyolo Mountain. Met een verbluffend uitzicht genieten we van deze onverwachte eigen verzorgde lunch op toplocatie. (Zie Filmpje) In Thyolo bezoeken we ook het oude ziekenhuis en woonhuis waar broer Ton tijdens zijn medische opleiding heeft gewerkt en gewoond. We worden spontaan rondgeleid door de ziekenhuiskantoren van nu met de uitleg van de diverse afdelingen van toen. 

Als afwisseling tussen alle kilometers die al zittend in de auto worden afgelegd en de vele maaltijden, heeft de reisleiding ook voor wat lichamelijke activiteiten gezorgd. Gelukkig merkt chauffeur Osman al gauw dat met deze ‘Big Five’ op leeftijd enige rekening moet worden gehouden. Lopend door de bossen op Zomba Plateau bereiken we de mooie uitzichtpunten van Queen’s en Emperor’s View. Vanuit daar wacht Osman ons op om ons terug te rijden naar de Forellenkwekerij waar we bij de vijvers picknicken. 

Op het programma staan twee wildparken. Verderop in Nkhotakota Reserve maken we een leerzame safari wandeling, maar eerst bezoeken we Liwonde National Park. Osman is hier gids geweest en bij het wegbrengen naar het kamp krijgen we van hem een uitgebreide privé gamedrive, die pas in het donker bij het zien van de eerste olifant wordt beëindigd. Ook ons turflijstje wordt verder uitgebreid met de bush buck, sable antilope, mannetjes kudu en vele nieuwe vogels.Na een dierrijke nacht staan we vroeg op voor een informatieve safari wandeling, maar het is vooral de bootsafari waar we olifanten, nijlpaarden, waterbokken, krokodillen, wrattenzwijnen, impala’s enzovoort, enzovoort zien. Het lijkt wel of vandaag alle dieren nieuwsgierig zijn naar de boot met de ‘Big Five’ erop. Pas als bij de tweede bootsafari de volgende dag zich geen enkel beest laat zien, wordt duidelijk hoeveel geluk je kan hebben. 

Via Mua, waar we na de picknick allemaal wat houtsnijwerk kopen, bereiken we op vrijdagmiddag Senga Bay, de plek waar het morgen allemaal gaat gebeuren. We ontvangen iedereen in onze Gazebo en drinken een borrel bij het uizicht op Lake Malawi. De rode maan, zoals hij 8 jaar geleden opkwam uit het meer, is er ook dit keer, maar blijft verstopt achter de heuvel tussen de lodge en het strand waar we toen aan stonden. 

Bij het aanbreken van de dag zetten we de ontspanning van ons burgerlijk huwelijk voort in ons ceremonieel huwelijk. De ontbijttafel staat opgesteld op een besloten deel van het strand. Frank geeft nog wat laatste instructies, terwijl vader Mans zijn dochter in Malawische outfit ophaalt. Samen dalen zij van de trappen af naar de enorme boom op het strand. Aan één van de hangende takken prijkt een tweepersoons schommelstoel. Nog mooier dan we hadden gehoopt is dit de plek waarvan wij 8 jaar geleden spraken. Trouwen op onze manier betekent uitspreken waarom je voor de ander kiest in de vorm van een liefdesverklaring aan elkaar. De volledige tekst zoals wij die aan elkaar hebben voorgedragen is te lezen op http://onzesterrenliefde.blogsnel.nl.

Naast het tekenen van het trouwboekje hebben alle aanwezigen vervolgens een taak: Franks moeder verwoordt als ceremonieel ambtenaar op haar manier de wettekst van de burgerlijk ambtenaar. De ouders van Nicole reiken de trouwringen aan het bruidspaar aan met een persoonlijke toelichting. Onze vrienden Ria en Nico lezen een gedicht van Toon Hermans voor, waarmee ook in het stadhuis in Haarlem ons burgerlijk huwelijk is afgesloten. Met drie keer in de handen klappen als Afrikaanse gebruik vangen de drums hun muziekspel aan. Gezamenlijk stappen we daarna in een vissersbootje naar Lizard Island voor een pittige wandeling met mooie vergezichten over het meer.

Onze familie en vrienden zijn nu een week in Malawi, maar ze hebben het gevoel al een hele reis achter de rug te hebben. Gelukkig wordt vanaf nu het programma wat rustiger en zitten we de komende dagen veel aan het strand. De lieflijke Nkhotakota Pottery met chalets aan het meer blijkt een goed rustpunt te zijn. Rustig zijn wordt je hier door de bediening wel aangeleerd, maar wat zitten we hier toch heerlijk wijntjes/biertjes te drinken uit de aardewerken bekers! 

We rijden verder door omhoog langs het meer. Inmiddels zijn de beelden van wassende vrouwen, enorme baobabs, takken dragende kinderen en kleurrijke markten vertrouwd. Onderweg zien we een brug die het qua sterkte inmiddels niet meer zo ziet zitten. Gelukkig zijn we er al overheen. Verderop stoppen we voor een bekende auto en midden op straat kletsen we bij met de Britse Tom en Carl, die we in Ethiopië voor het laatst hebben gezien.

In het eenvoudige maar pittoreske Nkhata Bay hebben de senioren blijkbaar nog energie op hun vrije dag. We bezoeken een Afrikaanse medicijnman boven op de berg en een lokale stokerij in het dal. Met een gekocht bewijs voor 50 eurocent en diverse tovertruckjes uit onze kindertijd probeert de medicijnman ons te overtuigen van zijn geneeskrachten. We verbazen ons over het ruime assortiment aan kruiden ter voorkoming van allerhande seksueel overdraagbare aandoeningen, tegen hoge verkoopprijzen. Het zal hier nog lang duren voordat vreemd gaan niet meer wordt geaccepteerd. 

Ook in Rumphi leren we hoe de Malawiërs denken en leven. Tijdens de culturele toer door een aantal dorpen/wijken bezoeken we eveneens een kruidendokter met eenzelfde soort medicijnvoorraad. We zien hoe een mandenmaker zijn kost verdiend, hoe stenen uit modder worden gemaakt en met welk gereedschap een timmerman bedden maakt. We kijken toe hoe maïs in de molen (machine) wordt gemalen en vrouwen water halen. Ook maken we mee hoe bij een aanrijding geen politie wordt ingeschakeld, maar dat God wel tot een oplossing zal komen. De eigenaar van het beschadigde huis roept: “Hij heeft jullie blanken gezonden. Kun je me wat geld geven?” De rondleiding wordt afgesloten met een lokale lunch van nsima (maïsmeelpuree), rundvlees en groenten in het huis van de chief. 

Zomaar geld geven hebben we nergens gedaan, behalve in Rumphi bij Mathunkha Centre. Onze (schoon) ouders Mans en Wilma hebben in Nederland iedereen die ze maar kennen benaderd om dit Nederlandse project te steunen. Ze haalden hiermee € 2.150 op. Ook de basisschool in hun woonplaats Epse heeft door middel van schoolspullen een steentje bijgedragen. Een artikel in de krant leverde bovendien € 2.500 voor schoolmeubilair op. Onder gezang en in aanwezigheid van meer dan 100 kinderen en alle medewerkers hebben zij de cheques en schoolspullen overhandigd. (Zie Filmpje)Ook moeder Margreet heeft een aantal kinderen in Rumphi blij gemaakt. Een hele zak met knuffels heeft ze uitgedeeld op de kinderafdeling van het districtziekenhuis. Niet alleen het uitdelen van de beestjes was een hele ervaring, maar ook het bezoek aan het ziekenhuis was indrukwekkend. 

Na een laatste stranddag in Chitimba begint een lange reis terug naar Lilongwe. Helemaal moe en voldaan van alle nieuwe indrukken genieten we van ons laatste diner met de ‘Big Five’. Tijdens die laatste nacht in Malawi zijn er wederom veel krokodillentranen verzameld voor bij het afscheid op het vliegveld.  

Voor de foto's, kijk onder http://picasaweb.google.com/francoenici/ of klik op Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Rode Maan en Krokodillentranen, Ceremonieel Huwelijk en Filmpjes).

Water-4-Life

06:40, 8/6/2010 .. Geschreven in Reis .. 1 reacties .. Link

Zondag in de late namiddag blijkt het goede moment te zijn voor onze aankomst in Lindi. Teamleider Masanja ontvangt ons met grote gastvrijheid en staat zelfs zijn eigen slaapkamer af. In het GAiN (Global Aid Network) huis maken we direct kennis met 7 van de 9 teamleden en hun functies. Het eerste boorteam met de rode truck wordt geleid door Raymond met zijn serieuze blik, maar kinderlijke pretoogjes. Zijn kleine kompaan Jonathan houdt van grappen, eten en vrouwen om zich heen. Net als diens praatgrage broertje Daniël, die met Masanja het tweede boorteam met de witte truck vormt. Deus is “the second talkative” maar dan met een lief zacht stemmetje en is de chauffeur van de Isuzu bevoorradingstruck. Silvester en Job zijn de mannen van het water- en sanitatieteam en volgen hun eigen programma. Voor we gaan slapen nemen we deel aan het avondgebed en zingen de psalmen in het Swahili mee. De toon is gezet: Saamhorigheid alom.

Aangezien de boorteams nog een waterput moeten afronden neemt de zelfverzekerede projectmanager Isack ons de eerste dagen mee naar defecte waterputten in de Lindi regio om te zien hoe ze weer werkend gemaakt kunnen worden. We krijgen veel uitleg over de werkwijze van GAiN, de laksheid van de Tanzaniaanse overheid en het primitieve leven van de bevolking in het zuiden. Ook worden we meteen aan het werk gezet om de pompen samen met de lokalen te demonteren en te inspecteren. Een pompcilinder blijkt volgelopen met klei, wat een teken is om de hele put met lucht door te spuiten. Het dorp zal helaas nog een aantal weken moeten wachten totdat de Isuzu ingepland kan worden om de compressor en spuitmaterieel te brengen. De tweede put heeft een doorgeroeste ketting, waarvoor de hele hendel wordt meegenomen naar het GAiN huis om het onderdeel te vervangen. In het derde dorp is het lokale waterputteam bij onderhoudswerkzaamheden een deel van de pompinstallatie ontschoten, waardoor de cilinder naar de bodem van de put is gezonken. De afstand tot de bovenste kabel wordt ingemeten zodat later de Isuzu de juiste spullen kan brengen.

Ondanks de enorme inzet van het goed georganiseerde GAiN team wordt duidelijk dat het functioneren van een waterput nog wel eens tegen zit. Het Indiase pompmateriaal kent geen constante kwaliteit, de dorpelingen zijn meestal te weinig geschoold om eenvoudige onderhoudswerkzaamheden uit te voeren en het GAiN team wordt uiteindelijk beperkt in zijn kunnen door gebrek aan materieel voor het omvangrijke werkgebied. Verder zijn in het regenseizoen vanaf oktober tot maart de afgelegen dorpen onbereikbaar. In deze periode worden alleen putten geslagen direct aan de hoofdwegen. We verbazen ons erover dat de Tanzaniaanse overheid zelfs op deze makkelijk bereikbare plekken nog geen watervoorzieningen heeft getroffen.

Op woensdag rijden we naar de kustplaats Shuka, waar de boorinstallatie van de rode truck al staat opgesteld. Op weg met il Toros door de bush bush merken we aan de opgestoken duimen en het geroep hoe bekend GAiN is in deze regio in tegenstelling tot de rest van Tanzania. We voelen ons erg welkom. Frank wordt onmiddellijk aan het werk gezet met het zagen van de stalen pijpen, die later als casing (boorhuls) worden gebruikt. Ook leert hij de boorinstallatie bedienen. Vanwege het zware mannenwerk richt Nicole zich tot de plaatselijke bevolking. Al gauw wordt ze omringd door hordes nieuwsgierige kinderen, die haar verlegen aanstaren. Ze vraagt naar hun namen en leeftijden, maar pas als ze de eerste durfal de hand schudt breekt het gejoel los. De vrouwen in de schaduw van de grote boom zijn ook nieuwsgierig en nodigen Nicole uit bij hen te komen zitten. Het contact loopt wat moeizaam, want niemand spreekt Engels en meer dan ‘goeie dag, hoe gaat het met je, goed en bedankt’ reikt ons Swahili nog niet. In de dagen die volgen vragen de vrouwen Nicole voor te lezen uit ons woordenboekje en leren de kinderen haar tellen. Ook gaat ze in het dorp op zoek naar fruit, mag ze een kijkje nemen in de school en laat vriendin Asha haar huis en familie zien.

Al op de eerste dag van het boren wordt er water geslagen, maar het blijkt nog erg veel zouten en alkaloïden te bevatten. De volgende dag wordt er dieper geboord. Toch verbetert de waterkwaliteit zich nauwelijks en een gespannen kleilaag belemmert het proces. Nog aan het einde van de middag gaan we net als de voorgaande avond naar het strand voor een douche. Meer dan 50 kinderen staan ons op te wachten om na het zwemmen spelletjes met ons te spelen. Frank loopt met de jongens mee in de estafetterace en Nicole hinkelt met de meisjes op z’n Nederlands en Tanzaniaans. Op de terugweg naar de boorlocatie en de tenten loopt er een lange sliert kinderen achter ons aan door het dorp.

Op vrijdag wordt besloten niet verder te boren en de installatie te verplaatsen naar een andere locatie in de nabij omgeving. De vrouwen van het dorp proberen Nicole (die zij schijnbaar aanzien als de baas van GAiN, zoals later blijkt) eerst te vragen of ze niet een medicijn heeft om het water beter te maken. Later vragen ze naar de mogelijkheid om de waterpomp toch hier te installeren. Niet voor drinkwater, maar om te wassen, koken en dergelijke. Met tussenkomst van teamlid Daniel en het dorpshoofd wordt duidelijk dat de zouten en alkaloïden jeuk veroorzaken en dat naar beter water gezocht moet worden. Dit betekent dat de geslagen casing getrokken moet worden, wat uiteindelijk de hele dag in beslag neemt. Een aantal mannen verzoekt Raymond om zwarte magie te mogen toepassen. Allereerst om de klemzittende casing los te krijgen en naderhand om op de tweede locatie water te vinden. Dit wordt afgeraden, om zoende niet te toornen aan Gods Wil.

Terwijl Frank zich zaterdag met een deel van het team bezig houdt om de hele werklocatie te verplaatsen en het boren opnieuw op te starten, gaat Nicole met Jonathan en Daniël op pad om twee waterpompen te installeren. Na het slaan van de put (PVC buis met drain) wordt het betonnen bassin met stalen pompvoet namelijk aangelegd door een andere partij. Jammer genoeg krijgt het drietal onderweg autopech. De motor heeft al een tijdje koelproblemen, maar dat wordt eenvoudigweg op z’n Afrikaans opgelost. Met ongeveer 10 flessen water uit een nabijgelegen stroompje en een gemiddelde snelheid van 40 km/uur wordt Mtama 2 uur later bereikt. Met behulp van een clubje aangelopen dorpsgenoten en wat aangepast materieel wordt de waterpomp bij de kerk geïnstalleerd. Fantastisch om het eerste water uit de pomp te zien komen, aangezwengeld door een uitgelaten pastoor. Onmiddellijk komen kinderen met emmers aangesneld om water te halen. Binnen twee weken zal het water- en sanitatieteam hier langskomen om de ‘Jezus film’ te laten zien en uitleg te geven over watergebruik en hygiëne.

Hoewel zondag een rustdag is ervaren wij die zelf wat anders. Net als alle andere dagen staan we vroeg op en trekken voor het eerst in 5 maanden weer onze beste kleding aan. Om 9 uur zitten we klaar in de kerk om daar achteraf gezien pas 4,5 uur later weer uit te komen. Hoewel de GAiN mannen hun uiterste best doen om het Swahili te vertalen en we regelmatig lichamelijk in beweging zijn met ons zelf voor te stellen, dans, zang en geestverdrijving, komen we afgepeigerd van alle indrukken en het harde geschreeuw naar buiten. Natuurlijk niet voordat de bisschop van de Zuidelijke Regio’s met deze nieuwe GAiN mensen heeft gesproken. Na een late lunch verlangen we naar onze daktent om de verloren nachtuurtjes een beetje bij te slapen. Dit wordt nog even uitgesteld om bij het 9e teamlid op ziekenbezoek te gaan. We hebben bewondering voor het GAiN team dat dit werk zo 4 weken lang achter elkaar doet, alvorens ze een week verlof hebben om naar hun familie in Dar-Es-Salaam te gaan.

Voor de tweede week besluiten we onze taken te verdelen. Frank keert met het team terug naar Shuka voor een tweede boorpoging. Nicole blijft drie dagen alleen in het GAiN huis achter om de enorme berg handwas weg te werken en op de computer ons reis- en vrijwilligerswerkverslag te schrijven. De Tanziaanse teamleden fronsen hun wenkbrauwen bij dit rare westerse idee, maar wijzelf zien hier allebei zo onze voordelen in. Op de tweede locatie wordt op 61 voet (18,6 m) water geslagen en uiteindelijk tot 76 voet (23,2 m) geboord. Een grote PVC pijp met drain wordt in het boorgat ingeschoven en daarna doorgespoten met lucht. Volgende week zal een betonwerker het betonnen bassin aanleggen, waarna twee mensen van het team de waterpomp zullen installeren.

Wij hebben het uniek gevonden om mee te kunnen werken aan het brengen van drinkwater in gebieden waar dit echt noodzakelijk is. Het is een bijzondere ervaring om samen met het enthousiaste team in het dorp te verblijven en zo de realiteit van het Tanzaniaanse leven te ondervinden. We hebben genoten van het contact met de nieuwsgierige bevolking van Shuka, die nog niet beïnvloedt is door westerse overvloed. Al met al hebben we bewondering voor het goed georganiseerde en hard werkende GAiN team in deze omstandigheden en met beperkte middelen voor dit grote gebied. We hebben veel geleerd en onze verwachtingen over ontwikkelingshulp in een beter perspectief kunnen plaatsen.

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Water-4-Life, maar kijk ook bij Filmpjes).



No Bank on Wheels

10:00, 7/28/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link

Tijdens het aftellen van de breedtegraden tot Nairobi en het daarna weer optellen ervan tot Kaapstad krijgen we als overlanders goed de kans om de doorkruiste landen met elkaar te vergelijken. In het Midden-Oosten hebben we grote verschillen gezien met Europa en ook Afrika, maar regelmatig zien we ook verbazingwekkende herkenningspunten. Nu we in Tanzania zijn, zien we weer veel moslims, maar dit keer luchtig gesluierd/gemutst met onbedekte armen en soms ook benen. Ook worden billen niet meer afgeveegd met blauw of roze gekleurd wc-papier zoals in Kenia, maar zijn de waterkraantjes met plastic bakjes van Syrië t/m Ethiopië weer vast onderdeel van de toiletuitrusting. In Ethiopië zagen we mensen en ezels water dragen, in het rijkere Kenia was er net als in het Midden-Oosten overwegend leidingwater, maar hier in Tanzania zie je weer veel jerrycans (van 5 tot 5000 liter!) worden versleept. Dat GAiN juist hier een Water-4-Life Project is gestart wordt ons meteen duidelijk en wakkert onze zin aan voor het naderende ontwikkelingswerk.

Armoede versus rijkdom in de diverse landen varieert, zeker in combinatie met toerisme. In Syrië waren we al gewend aan een inwonersprijs en een ietwat hogere toeristenentreeprijs. Hoe verder naar beneden, hoe groter het verschil wordt tussen een ‘resident’ en een ‘non-resident’ entreekaartje. Een ‘mzungu’ (=blanke) betaalt in Kenia voor de wildparken standaard 10x zoveel, in Tanzania vragen ze zonder blikken of blozen 50x meer. In Egypte belazeren ze elke buitenlander (hoe verser, hoe meer), maar ook elkaar. Sudan heeft een ingewikkeld en kostbaar registreersysteem voor buitenlandse personen, auto’s en allerhande reis-/,foto-/bezienswaardigheidpermissies. In Ethiopië vraagt iedereen breed lachend om Birrrrrrrrr en dat is geen bier. Voor allerhande producten moet je flink afdingen, anders betaal je als onwetende toerist domweg de hoofdprijs. In Kenia is het bedelen niet zo omvangrijk als in Tanzania en vragen ze ‘slechts’ om snoep of een pen, zelfs in de meest afgelegen streken. Elke dag weer bij het zien van zoveel armoede voelen we ons enerzijds schuldig met ons eigen rondreizende rijkdom, maar anderzijds vragen we ons af welke domme blanke als Sinterklaasje met 'strooigoed' heeft gegooid. Lukraak uitdelen is niet alleen vervelend voor de navolgende reizigers, maar bevordert bovendien het bedelen, schoolverlaten en de werkeloosheid des te meer.

In de afgelopen maanden hebben we heel wat lessen geleerd over geldbedrog en corruptie, maar al bij de grensovergang in Tanzania breekt het hoofdstuk voor gevorderden aan. Kon je voorheen nog een mooi praatje ophouden, onderhandelen of besluiten iets niet te doen, de Tanzanianen zijn direct en volhardend. Terwijl een Tanzaniaan gewoon door mag rijden, gaan slagbomen voor blanken pas open als je 1) Een gereduceerd bedrag betaalt aangezien wij ‘residents’ zijn uit Lindi, woonachtig aan de (uhm… Lonely Planet geeft antwoord) Makonde street 7 en werken voor GAiN (al wijzend op de stickers op onze auto); 2) Duidelijk weigert aan deze nonsens mee te werken en met slechts drie Masaai in the middle of nowhere je vrouw inmiddels de slagboom eigenhandig opent en je de wachter in volle verbazing voorbij rijdt; 3) Zoveel stampij maakt, dat het hele dorp om je auto staat, de portier ‘en publiek’ moet toegeven dat hij liegt, je dreigt aangifte bij de politie te doen en je zodoende rustig een half uurtje drama opvoert, maar uiteindelijk toch een plaatselijk weeksalaris moet ‘doneren’; 4) Uit vermoeidheid en zonder tijd te verliezen vanwege een invallende nacht de transitprijs betaalt zoals op een handgeschreven briefje vermeld staat in uitsluitend Engels en in dollars. Natuurlijk roep je uit ergernis en ter lering nog wel even na “I am not a bank on wheels!”

Handophoudende mensen zien we in Tanzania niet veel. We maken kennis met de recht-op-de-man-af methode. Zo dragen een nutteloze tolk, een uit zichzelf aandiende schroevendraaieraangever of een in de weg lopende verkeersregelaar/ferrypassagier gewoonweg op 5.000 Tanzaniaanse Schillingen te geven voor ‘bewezen diensten’. Bij weigering wordt aangehaald dat je als ‘gentlemen’ met elkaar dient om te gaan. “Jaha, een gentleman vraagt niet om geld. Toedeledokie!”

Tenslotte hebben de Tanzaniaanse hotel- en campingeigenaren ook geroken aan het grote toeristengeld. Voor kamperen durven ze hier maar liefst 10 tot 15 dollar per persoon te vragen, terwijl we in het heerlijke Duitse Beach Crab Resort aan de kust omgerekend gek genoeg slechts 2,5 euro betalen.
En nog zo’n eigenaardig feitje. Een Tanzaniaan vertrouwt een onbekende Europeaan eerder dan zijn eigen buurman of collega!

Gelukkig is er in dit land ook heel veel moois te zien. Zo hebben we op een rustieke plek aan het Victoriameer genoten van de vele mannen, die op de fiets naar ‘onze’ camping kwamen. Samen hebben we Nederland van Brazilië zien winnen op de enige televisie in de omgeving, waarbij sommige lokale toeschouwers enthousiaster waren dan wijzelf.
In de Serengeti, de Tanziaanse tegenhanger van de Masai Mara in Kenia, begrijpen we de rivaliteit tussen beide. We zien alleen de achterhoede van de migratie bestaande uit kreupele en vermoeide beesten en heel veel platgebrande vlakten. Dit blijkt de manier te zijn om snel smakelijk groen gras te krijgen en de beesten weer vanuit Kenia naar Tanzania te lokken. Hoewel de inkomsten van het park niet gering zijn (c.q. de zakken van een klein aantal mensen goed gevuld), zijn de wegen dramatisch slecht en dat kost ons uiteindelijk twee nieuwe accu’s.

Vanwege onze voorkeur voor de minder bereisde wegen, kiezen we vervolgens de route langs Lake Natron. Hier hebben we geen spijt van na het zien van de grote gele grasvlakten zoals we die in de Serengeti hadden verwacht, een prachtig blauw natronmeer en een onophoudelijk uitzicht op een nog actieve vulkaan. We gunnen ons zelf nog wat lichaamsbeweging om de overlopende ergernis van stenen en stokken gooiende jongetjes sinds Ethiopië te laten bekoelen en ze wat moreel besef bij te brengen.

Via het groene Moshi aan de voet van de Kilimanjaro, huishoudelijke/autotechnische aangelegenheden en een vrolijke ontmoeting met de Nederlandse Marie-Jose trekken we door naar de kust. In Pangani vinden we tussen de kokosnootbomen, krabben (Beach Crab) en verrukkelijke maaltijden een paradijsje aan de Indische Oceaan. Vanuit hier brengt een vissersbootje ons naar Zanzibar over wild deinende golven met vliegende vissen, springende tonijnen en een glimp op dolfijnen. In veel opzichten doet dit eiland ons denken aan Curaçao en mijmeren we over het weerzien van familie en vrienden. We hebben geluk midden in de week van het Filmfestival aan te komen. Zo combineren we Afrikaanse film met een bezoek aan de oude koloniale gebouwen. Tijdens een Spicetour ruiken, proeven en zien we hoe de exotische kruiden en vruchten groeien. Als toetje maken we bij terugkomst in Pangani de uitkomst van zeeschildpadden mee (Zie Filmpje), waarvan de eieren door WNF worden verplaatst naar beschermde stranden.

Na een week zon, zee en strand maken we ons op voor de lange rit van drie dagen naar Lindi en het slaan van een waterput met GAiN.

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens No Bank on Wheels, maar kijk ook bij Filmpjes).



Wilde Beesten en Champagne

10:00, 7/9/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link

Na een weekje Nairobi zijn we enerzijds een paar kilo zwaarder door een goed gevulde koelkast en weer de nodige paperassen. Anderzijds verliezen we een paar kilo door een uitgesopt interieur en met achterlating van veel modderklodders bij de autowasstraat. Naast alle gebruikelijke overlanderactiviteiten en -ontmoetingen (op de camping tellen we er minimaal 30 met 8 verschillende nationaliteiten) doen we ook nog wat cultureels. In het idyllische huis van Karen Blixen, schrijver van het verfilmde boek ‘Out of Africa’, voelen we ons even een kolonist en herkennen we ons in één van haar (zeer vrij geïnterpreteerde) uitspraken: ”Een safari is als het drinken van een halve fles champagne. Je vergeet de tijd om je heen, al je zorgen zijn verdwenen. Je aandacht gaat alleen uit naar de dieren en natuur. Je bent in een roes.“ In het Giraffencentrum voeren we de verleidelijk gewimperde giraffe Daisy. De laatste avond gaan we uit eten bij de ‘Carnivore’, waar we naast varken, lam, rund en kip ook krokodil, kalkoen en struisvogel voorgeschoteld krijgen. Dan verlaten we het ‘winterse’ Nairobi om 500 km verderop onder Mombasa aan het strand te gaan staan.

Een intensieve rit volgt vanwege wegopbrekingen en het slalommen tussen het vele vrachtverkeer van en naar de havenstad. Vanwege het links rijden krijgt de bijrijder daarbij ineens een belangrijke uitkijktaak. We zijn blij als we ’s avonds in Voi in onze heerlijke daktent liggen, maar we zijn nog blijer als we er om 03.00 uur uitgehaald worden door de bewakers. Bij de waterplaats direct naast de lodge staan 17 olifanten te drinken. Aan de buitenkant van het parkhek (Tsavo East) nemen we hun nachtelijke activiteiten waar. De volgende morgen staan ze er weer samen met grote aantallen bavianen, impala’s en waterbokken. (Zie Filmpje) Wat kijken we er naar uit om op de terugweg in Tsavo West de dieren zonder afrastering ertussen te kunnen zien.

Aangekomen bij het strand blijkt het daar helaas herfstig te zijn. De kokospalmen, witte stranden en het zeegeruis geven ons wel rust, maar na 2 dagen roept de onrust van de natuur. Letterlijk. We krijgen een sms van een eerder ontmoete overlander, dat de trek van de gnoes (Engels: wildebeest) in de Masai Mara een maand eerder dan normaal is begonnen. We rijden terug naar Nairobi via Tsavo West National Park. Daar worden we verrast door de waslijst aan beesten die we zien en leren (her)kennen. (Zie een opsomming in de vorm van Foto’s en Filmpjes) Gezien kamperen voor maar liefst $50 hier net zo duur is als een lodge vieren we ons halfjarig burgerlijk huwelijk op een veranda met uitzicht op de besneeuwde Kilimanjaro.

Met een super snelle pitstop in Nairobi haasten we ons naar de Masai Mara. Enigszins gespannen of onze verwachtingen door de poster boven ons bed in Leiden waarheid zouden worden en of de wegen inderdaad zo slecht zullen zijn, plukken we een ster in onze voorruit en zien we de zonsondergang over de Masai vlakten met de karakteristieke eenzame bomen. Bovenal zien we grote groepen gnoes een oversteek over de Mara Rivier overwegen. Maar waarschijnlijk worden ze weerhouden door de eerste leeuw, die wij in het wild zien. Met weer één beest meer op ons lijstje van de Big Five kunnen we met een ‘gerust hart’ gaan slapen op de niet omheinde kampeerplek. Gelukkig treffen we daar de Australische Mark & Allison met wie we de oversteek van Ethiopië naar Kenia hebben gemaakt. We knijpen elkaar in de arm en beseffen dat het geen droom is dat we echt in de Masai Mara zijn. Gevieren dromen we weg onder de heldere sterrenhemel.

Hoe poëtisch de woorden van Karen Blixen ook mogen klinken, het spotten van wild is toch best inspannend. Om 5.00 uur gaat de wekker, wordt de daktent ingeklapt en ondertussen zetten we koffie. Bij de eerste zonnestralen wordt de auto gestart en rijden we naar de plekken waar we wat verwachten. Het ontbijt en de lunch worden genuttigd tijdens het urenlange wachten op een potentiële jachtaanval, een plas pleeg je tussen de deuren van de auto en pas als de avond is gevallen keer je terug naar een (officieel $25 p.p.p.n. kostende) kampeerplek zonder douche, water, toilet, omheining of bewaking. Net als Mark & Allison zijn wij geheel zelfvoorzienend. Iedere avond vertellen we elkaar onder het genot van een koud biertje en na een verfrissende bushdouche wat we allemaal hebben gezien.

Eerst denken we nog dat de meeste beesten zich daar bevinden waar de minste mensen zijn, maar al snel wordt duidelijk dat een stilstaande auto garant staat voor minimaal een schuilende cheetah in het hoge gele gras, een groepje gnoe-etende leeuwen of een kudde overstekende olifanten. In de vier dagen die volgen, wordt Tsavo West zowel in aantallen beesten als soorten beesten ruimschoots overtroffen. De ene dag zijn de zebra’s in de meerderheid, de andere dag de wrattenzwijnen of de topi’s. Meest bijzonder is de spectaculaire rivercrossing van de wildebeesten zoals we die van tv kennen. Ook het zien van de schichtige zwarte neushoorn met haar jong midden op de dag is een gelukstreffer.

Meer dan voldaan verlaten we na 5 dagen de Masai Mara, een echt hoogtepunt. Met een hoofd vol van het aanschouwde dierenrijk en een leeg lichaam van korte rumoerige nachten overdenken we buiten de gate ons vervolgplan. Terwijl Nicole een berg handwas doet en Frank de wiellagers controleert en bijstelt besluiten we niet terug te gaan richting Nairobi om nog een ander park te bezoeken, maar via het Victoriameer door te gaan naar het dichterbij gelegen Tanzania.

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Wilde Beesten en Champagne, maar kijk ook bij Filmpjes).



Valleien in Verlatenheid

10:00, 6/14/2010 .. Geschreven in Reis .. 2 reacties .. Link

Zo snel als we het drukke Addis Abeba verlaten, zoveel tijd nemen we juist om het afgelegen zuiden van Ethiopië en het noorden van Kenia te verkennen. In het begin suizen we nog over goed asfalt langs een aantal mooie meren, die deel uitmaken van de 9600 km lange Rift Valley van Israël tot Mozambique. De vergezichten zijn schitterend. Na verloop van tijd wordt het asfalt steeds slechter, volgt er gravel en tenslotte blijft er alleen nog een zandweg over of eigenlijk een modderweg met flinke hobbels, kuilen en rivier doorwadingen. Onze Toros ploetert zich er met groot plezier doorheen. (Zie Filmpjes) Hij heeft zelfs nog wat power over om een vastgelopen Ethiopiër in de Omo Vallei uit een rivier te lieren.

Hoewel de hoeveelheid mensen afneemt op de weg naar de Vallei van de Omo rivier, nemen hun traditionele uitingen toe. (De hoeveelheid kleding overigens niet). Om dit het best te ervaren bezoeken we de markten in drie dorpen. In Jinka zien we in alle rust hoe groente, fruit, granen en hout op kleden liggen uitgestald tussen de modder en mensen. In Turmi grijpen kleine kinderen direct naar onze blanke handen en paraderen zij met ons door hun wereld. Het is een groot over en weer kijken, maar helaas kunnen we alleen achter het gaas op een ‘hotelterras’ met een colaatje pas goed naar alle verschillende uitdossingen kijken. Op de markt van Dimeka hebben we dan toch echt interactie als we bananen, eieren, tomaten en een kettinkje kopen. Wat een mooie mensen! Wat een eenheid met de natuur! Wij kunnen dit niet op foto vastleggen en besparen ons de moeite en het portretgeld.

Om vanuit dit deel van Ethiopië naar Kenia door te steken moet een verlaten gebied doorkruist worden. Dit betekent een dagenlange tocht over een off road track (die verbazingwekkend met C77 genummerd is als doorgaande route) met kronkelende bospaden, steile rotspistes, droge en natte rivierbeddingen, woestijnzandvlaktes, maar bovenal prachtige uitzichten over het Turkana Meer en Sibiloi National Park. Omdat regenval de track onbegaanbaar kan maken en medeweggebruikers schaars zijn, is een tweede auto voor ons een vereiste. Gelukkig ontmoeten we in Jinka een Australisch koppel met hetzelfde plan en samen maken we in zes dagen de oversteek naar de Keniaanse bewoonde wereld. Met een gemiddelde van ongeveer 25 km/uur, ons eerste wild (hartebeesten, gazellen, dik dik’s), vele fotostops, lange lunchpauzes en gezellige avonden leggen we zonder autopech of andere ongemakken een lastige, maar onvergetelijke route af. We toasten in Maralal op het feit dat de route met de juiste snelheid prima te doen is.

Tijdens de daarop volgende rustdag besluiten we af te wijken van onze geplande route en een kleine omweg naar Nairobi te maken. Al bij de eerste afslag blijkt dit een goed besluit. We zien onze eerste zebra’s en een giraf! Verderop vinden we met behulp van onze GPS een fantastisch uitzichtpunt over het eerste meer, Lake Baringo. Hier zien we in alle grootsheid hoe de Rift Valley is ontstaan (zie Filmpje). ’s Nachts op de camping worden we op 2m afstand omringd door grazende nijlpaarden. Veilig hoog vanuit onze daktent begluren we ze met onze nachtkijker. Wat een schitterende onthullingen met dit pracht apparaat! ’s Ochtends zien we twee krokodillen zonnen op de oever van de campingplaats.

We rijden door naar het tweede meer, Lake Bogoria, met zijn miljoenen flamingo’s. Wat een gekwetter, gespetter en getetter. Wauw, we raken niet uitgekeken. (Zie Filmpjes) Met uitzondering van een paar aapjes kamperen we als enige die nacht op de Acacia Tree Camp aan het meer. We ontwaken met het roze van de zonsopkomst en de flamingo’s. Nog voordat Nicole van het oude brood wentelteefjes gaat bakken als ontbijt maken we een ochtendwandeling. Zonder het gebrom van il Toros zien we paringdansende kraanvogels, een visarend, een kudde kudu’s en wrattenzwijnen en natuurlijk nog meer flamingo’s. Dit is volop vakantie!

Via de Thompson Watervallen en het driemaal passeren van de evenaar rijden we in twee dagen naar Nairobi. Op de overlanderscamping breekt hier weer een tijd aan van schoonmaken, wassen, gasflessen bijvullen, ervaringen uitwisselen en allerhande regelzaken. Verder kopen we diverse handigheidjes afgekeken van anderen, maar ook eindelijk weer pindakaas, kaas, salami en andere versnaperingen die we al een hele tijd niet meer hebben gegeten.

In afwachting van de migratie van de wilde beesten in de Masai Mara en onze behoefte aan zon, zee en strand zullen we deze aankomende dagen onze reis in Kenia een verdere invulling geven.

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Valleien in Verlatenheid en Filmpjes).



Het Echte Afrika Begint

11:00, 5/21/2010 .. Geschreven in Reis .. 0 reacties .. Link

Heerlijk koel is Ethiopië inderdaad. Met 25-30 graden zijn de buikperikelen van Nicole plotsklaps voorbij, het landschap krijgt de groen/geel/rode kleuren zoals we die van Malawi kennen en de mensen laten trots en luidruchtig zien wie ze zijn. Alle indrukken van het Midden-Oosten en de landen langs de Nijl laten we van ons afglijden bij de verzamelbron van de Blauwe Nijl, het Tanameer. Op de camping van Tim & Kim (uit Alkmaar) staan we hier na een dag of 5 weer open voor nieuwe avonturen. Ook il Toros is er met de autostickers van GAiN (hulporganisatie waarvoor we in Tanzania een waterput gaan slaan) nu echt helemaal klaar voor.

Zonder dat we overvallen worden door een aanklampende menigte kopen we mango’s in het dorp Gorgora. Bij het bezoeken van het dorpskerkje worden we juist overvallen door de onverwachte schoonheid van de muurschilderingen en ronde gebouwvormen. In het kasteel van Gonder genieten we van een knap restauratiewerkje. Eindelijk geen Europese perfectie of toeristische gladheid, maar een juiste afweging tussen sfeer en goed genoeg. Alles met elkaar niet wat we van Ethiopië verwacht en gehoord hebben.

Daar horen ook de heerlijke macchiato’s bij, de spaghetti bolognese en gedag zeggende ‘chow!’ (=ciao), We wisten wel dat de Italianen in 1936 zo’n 5 jaar in Ethiopië zaten, maar niet dat je dit nu nog zou merken. Helaas zijn de kronkelende bergwegen in het Noorden ook nog uit de tijd van de Italianen en zonder onderhoud in barslechte staat. Het onderhoud wordt uitgesteld omdat de Chinezen binnenkort toch alles zullen asfalteren. De uitzichten vanaf de bergwegen over de Simien Mountains zijn spectaculair. In dit Unesco Park maken we een aantal korte wandelingen en staan we tussen tientallen bavianen en enkele ibexen (soort grote bok). Wauw! Zie het filmpje.

Na 8 uur hobbelen en 280 km verder belanden we in Axum. Op Hemelvaartsdag bezoeken we in dit spirituele centrum van Ethiopië de Miryam Zion kerken. Althans Frank dan, want dat wat enigszins interessant is, is alleen toegankelijk voor mannen. Ondertussen wordt Nicole gegrepen door de toewijding van Ethiopische vrouwen en de aanbidding van alle heiligdommen en -voorwerpen. Vervolgens aanschouwen we de soms ondergewaardeerde stelae (soort obelisken) van alle kanten en besluiten dat de mysterieuze historie, de keiharde steensoort en de bijna kinderlijke eenvoud toch uniek is.

Voor de meest bijzondere kerken tijdens onze Ethiopische reis moeten we wat meer moeite doen. In de bergstreek Tygra beklimmen we twee maal een steile bergwand, waarvan één op blote voeten voor meer grip. Op ondenkbare en vooral afgelegen plekken staan we versteld dat juist hier meer dan 900 jaar geleden bidplaatsen uit de rotsen zijn gehouwen en kleurige schilderingen zijn aangebracht. We genieten van de spirituele stilte en de fantastische uitzichten.

De uitgehouwen kerken van Lalibela behoren eveneens tot de Ethiopische kerkenpracht. Dit maal vooral vanwege de bouwkunst en ingenieuze bouwwijze van boven naar beneden uit één rots. Elf kerken zijn in een korte tijd door één koning gemaakt, waarbij je de verbeteringen in de waterafvoer, ornamenten en stijlopbouw afleest. (een filmpje wordt later geupload)

Na nog meer ontelbare haarspelbochten, prachtige groene vergezichten, veel mensen en beesten op de weg komen we na enkele demonstraties vanwege de aankomende verkiezingen aan in Addis Abeba. Hoewel dit ‘De Nieuwe Bloem’ betekent, ervaren we deze hoofdstad als vies en vervallen. Na de nodige praktische zaken en een vluchtig bezoek aan wat culturele bezienswaardigheden vertrekken we vlak voor de verkiezingen richting de diverse stammen in het zuiden. Althans niet eerder dan dat we bij Wim’s Holland House een portie bitterballen verorberen.

Voor de foto's, kijk onder Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Het Echte Afrika Begint en Filmpjes).



Reiziger of Toerist

11:00, 5/1/2010 .. Geschreven in Reis .. 2 reacties .. Link
Uit verslagen op internet valt op te maken dat elke overlander een aantal fasen schijnt door te maken: 1- de overkillende voorbereidingen met maandenlang alleen maar Afrika (jullie allen tot vervelends toe bekend), 2- de spannende vertrekdag, 3- de eerste weken van vakantie, 4- reizen als dagelijkse bezigheid in de daarop volgende maanden, 5- Terugkeer naar het leven in het eigen land en verwerking van de reis. Wellicht zijn er nog meer fases te bedenken.

Dit is voor ons een regelmatig terugkerend onderwerp op onze reis. Nu na 2 maanden zouden we fase 1 t/m 4 moeten herkennen, maar we schamen ons om te moeten zeggen dat we het vakantiegevoel aanvankelijk hebben overgeslagen. Is dit toe te schrijven aan het kille weer van de eerste weken? Het feit dat het Midden-Oosten ‘slechts’ een voorafje is van onze Afrikaanse droomreis? Is het de vermoeidheid van alle voorbereidingen, bezichtigingen en reisformaliteiten? Of, voor de doordenkers, is de ontspanningsboog recht evenredig met de tijd dat je niet hoeft te werken? Anders gezegd de hoogstnoodzakelijk ontspanning hoeft niet binnen 2 of 3 weken als barstende bom tot uiting te komen, maar wordt gelijkmatig verdeeld over de totale reisduur met (ont)spanningspieken en -dalen.

Tijdens een lange taxirit van 3 uur heen en 3 uur terug door de eentonige woestijn van Egypte (nu wel in konvooi) naar het prachtige Abu Simbel komen we erachter. Omringd door het pluche, de koelte van de airco, een privéchauffeur en een eigen Tourist Police in de auto voelen we ons ‘de toerist’. Alles is van te voren geregeld, er is nergens onduidelijkheid over en eten/drinken is overal te koop. Ontspanning alom, de knop van ‘het vakantiegevoel’ staat aan.

Ook de dagen erna op het pharao sized bed (4x4) van de 2-daagse feluccatocht over de Nijl ervaren we wederom de luxe van ‘de toerist’. De schippers bedwingen de wind in de zeilen, koken 3x per dag een heerlijke maaltijd voor ons aan boord en al liggend in de schaduw boven het klotsende water trekken de groene dadelpalmen, ezels, ibissen, lemen hutten en spelende kinderen aan ons voorbij. Schitterend! We hoeven er niets voor te doen.

Het tijdsbestek in combinatie met de aan- of afwezigheid van regelwerk voor reisdocumenten/grensovergangen/overnachtingsplaatsen/boodschappen/water/diesel/de was/auto-controles maakt wat ons betreft het verschil tussen ‘de toerist’ op korte vakantie en ‘de reiziger’ op zijn lange avontuur. Het reizen is een ontwikkelingstraject binnen het dagelijkse leven geworden net als een project op je werk kan zijn, het (ver)bouwen van je eigen huis, de middelbare school, de komst van een eerste kindje. Met als resultaat een nieuwe toevoeging aan je leven. Wij beseffen ons dan ook, dat we niet bezig zijn met een grote vakantie, maar met een ontwikkelingstraject, waarmee we in dit geval ons zelf geestelijk en mentaal verder vormen en verrijken.

Na een vakantieweek zonder auto (die is al in Sudan), in een hotel en alleen maar uiteten, verlaten we Egypte met de beruchte boottocht naar Sudan, waarover iedere overlander eveneens uitgebreid vertelt. Zolang de eigenaar van de ferry nog te veel invloed heeft, zal dit de enige manier zijn om de grensovergang te maken. Er loopt namelijk gewoon een weg naar Sudan.
Al lang van te voren blijkt dat alle ‘eerste klas’ hutten zijn afgehuurd door de Oranje Trophy dus wij moeten het doen met tweede klas stoelen (lees houten coupébankjes). Dat betekent 20 uur zitten in een donker hok met allemaal rochelende, stinkende en schreeuwende Sudanesen en Egyptenaren. Het volgepakte derde klas open dek is daarbij een verademing. Toch hebben we ook geluk met zoveel Nederlanders aan boord. Niet alleen voor een praatje maar ook met het super aanbod van John en Henk om ons een paar uurtjes in hun hut te laten slapen! Heerlijk!

Als we in Sudan aankomen zijn we driedubbel blij. De fuikende ferry (nieuwe Suske & Wiske?) achter de rug, geen bedriegende Egyptenaren meer en eindelijk weer ons rijdende huisje terug. Na de papieren formaliteitentoer van loketje naar loketje en weer heen en terug verbazen we ons over alle gloednieuwe wegen en bruggen. In plaats van de martelgang van onze voorgangers toeven wij door de dorpjes langs de Nijl en door de woestijn. Onderweg merken we niets van oorlog, conflicten of narigheid en zijn de mensen vriendelijk en niet opdringerig. Dat we de airco hebben laten bijvullen in Cairo is een wijs besluit. Met slechte nachten van boven de 30 graden en overdag 45-50 in de schaduw sukkelen we nu niet in slaap achter het stuur en is het dragelijk om nog wat cultureels te doen. Wat heeft deze absurde temperatuur een invloed op de mensen in Sudan.

In Aswan hebben we het Nubian Museum al bezocht om meer te weten over dit volk en haar oude geschiedenis. Veel van hun geschiedenis ligt nu onder watervlak van het stuwmeer Lake Nasser. Zoals we in het Egyptische Nubië bij de tempels overspoeld worden door alles wat met toerisme te maken heeft, zo ongestoord ervaren we het Sudanese Nubië. Op de heilige berg Jebel Barkal en bij de tempels Musawwaret en Naqa zijn we bijvoorbeeld maar met enkele bezoekers. Bij de piramides van Nuri en Meroe zijn wij zelfs geheel alleen, inclusief kampeerplek. Wat een verschil!
De ouderdom van de bouwwerken is hier beter te ervaren. Soms doordat de woestijn het steen langzaam opsnoept, soms omdat de afbeeldingen juist nog beter bewaard zijn en helder van betekenis.

Op Koninginnedag komen we aan in Karthoum in de hoop op een feestje bij de Nederlandse Ambassade. Dat blijken ze de dag ervoor al te hebben gedaan, zodat ze zelf ook vrij kunnen nemen. Helaas een feestje gemist (en een biertje, want in Sudan is alcohol drinken en meenemen strikt verboden). Het regelwerk wat betreft visa/boodschappen/de was/auto-checks zal hier een groot deel van ons verblijf in beslag nemen. Volgende week rijden we dan richting het heerlijk koele Ethiopië.

Voor de foto's, kijk onder Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Reiziger of Toerist). We hebben daar ook een map met korte fimpjes van tijdens de reis gemaakt. 


Tussen wal en schip

09:00, 4/19/2010 .. Geschreven in Reis .. 3 reacties .. Link

De overtocht naar Egypte verliep een stuk relaxter dan menig voorganger heeft beschreven. Met een flinke dosis humor en geduld kom je de 3 uur durende grensovergang vanaf de veerboot tot aan het uit de haven rijden wel door. Resultaat: aan de ene kant een berg papieren erbij, aan de andere kant juist een bergje bankbiljetten minder. En il Toros, hij heeft een nieuwe look met zijn Arabische kentekenplaten.

Aan deze kant van de Rode Zee hebben we op het strand gekampeerd. Overdag heerlijk lezen in de strandtent en fantastisch snorkelen. Na sluitingstijd eten bij kaarslicht onder de sterren met het hele strand voor ons alleen!

In plaats van de gebruikelijke Paasactiviteiten zijn wij dit jaar op Eerste Paasdag eens vroeg uit de veren gegaan (4 uur) om met zonsopgang op Mount Sinaï te staan. Een mooie en avontuurlijke wandeling bracht ons naar de plek waar Mozes de 10 geboden in ontvangst heeft genomen. Daar ontmoeten het Jodendom, Christendom en Islam elkaar letterlijk op een heel ontspannen locatie.

Al vanuit de schoolbanken hebben de wereldnamen Seuz en Alexandrië een hoge aantrekkingskracht. Voor ons een reden om bij beiden toch even een ommetje te maken. Het Seuzkanaal bleek slechts een smalle en lelijke watergang en het leek erop dat er vanwege een nationale feestdag geen schepen zouden varen. Net toen we aanstalten wilden maken om weer door te gaan verschenen daar de enorme schepen. Het bleek eenrichtingsverkeer! Wat bijzonder om de schepen zo dichtbij de bebouwing aan je voorbij te zien schuiven.

Alexandrië en zijn bibliotheek maakten ons nieuwsgierig. Niet alleen de verhalen over het wereldberoemde antieke exemplaar, maar voor ons bouwers/ontwerpers ook de nieuwe uit 2002. Wat een verrassing zo’n architectonische eenvoud van slanke betonnen kolommen, licht hout en glas op onze rit langs allerlei oude massieve bouwwerken van de farao’s. De bijzondere ligging aan de andere kant van de Middellandse Zee doet ons echt afscheid nemen van Europa. Wat voor ‘Europese‘ architectuur zullen we immers nog tegenkomen.

Cairo stond vooral in het teken van veel regelwerk. Een aanbevelingsbrief van de Nederlandse Ambassade was in alle efficiency binnen 2 minuten geregeld. De visa voor Sudan en Ethiopië hadden elk zo hun gebruiksaanwijzing inclusief tijdsbestek (2 dagen). Het bijvullen van de airco bij Toyota Cairo werd onverwacht een zeer professionele aangelegenheid. De Campingaz dealer bleek uitsluitend een KvK adres te zijn. Tussendoor zijn wij daarbij gigantisch verdwaald door met één verkeerde afslag in een zeer arme wijk van Cairo te belanden. Dit was ruim een uur 4x4 terreinrijden tussen de marktkraampjes door met de Ringweg 20 m boven ons en nergens een oprit. Al met al leer je zo’n stad toch wel heel anders kennen!

Uiteraard hebben we de Piramides bezocht. Wat een circus rondom die enorme steenmassa’s. Helaas was de binnenkant nogal teleurstellend. Verder was de Islamitische wijk in Cairo bijzonder. Hier hebben we tegen het vallen van de avond een minaret beklommen.

Na alle hectiek van Cairo (onze claxon heeft het dáár begeven of wel door de navolgende zandbak) hebben we een aantal dagen de rust en verlatenheid van de woestijn opgezocht. Bijna 1600 km hebben we afgelegd in de zee van zand, hitte en een enkele olieboorinstallatie. De vier oasen daarin waren een verademing met de groene velden, duiventillen, koeien, mensen met strohoedjes. Wat een rust! Zeker in onze privé hotspring!

In de Black & White Dessert hebben we ons aangesloten bij een gids met twee auto’s, 4 Chineesjes en 3 Nederlanders. Na een mooie rit werd onze auto een deel van de complete woon-/slaapkamer, waar we onder de sterren hebben gegeten en onze eerste slaapuren doorgebracht. Om 1.00 uur kwam de toeristenpolitie ons namelijk wekken en werden we ‘vanuit Cairo’ bevolen om de White Dessert te verlaten. De gids had de nieuwe permissie (sinds 1 maart) voor onze auto niet kunnen regelen, wat betekende dat een deel van de tent moest worden losgemaakt en wij weer eens een nachtelijk woestijnritje (was ons ook al Marokko overkomen) konden gaan maken.

Sindsdien hebben wij ons dagen afgevraagd wat nu de daadwerkelijk functie is van de toeristenpolitie alhier. Beschermen, beveiligen, controleren of bespieden? Aan de checkpoints waren we in Jordanië en in de Sinaï al gewend. Welke nationaliteit, waar kom je vandaan, waar ga je naar toe? Maar het viel steeds meer op dat camping/hoteleigenaren verplicht doorbelden dat we waren gearriveerd en dat er overal toeristenpolitie is. Dag en nacht, ook binnen op het campingterrein zitten ze uren televisie te kijken, te roken of op hun stoel te zitten. Nu eens wordt er van je verlangd dat zo’n mannetje met je mee reist (dat betekent een brief schrijven als je maar twee zitplaatsen hebt zoals wij), dan weer wordt je zomaar een stuk achtervolgt. Daar waar je weet dat je in konvooi zou moeten rijden (Luxor- Aswan) is dit op eens niet meer nodig en kun je rustig langs de prachtige westoever van de Nijl door de dorpen rijden en stoppen waar je wilt. Ach, dit zijn de ondoorgrondelijke regels en wetten die je op dit continent van dag tot dag tegen kunt komen.

In Luxor hebben we in de graftomben uiteindelijk gezien, wat we in de piramides verwacht hadden. Prachtige schilderingen en reliëfs, de hiërogliefen en al die ‘andere’ goden. We waren onder de indruk van de Egyptische tempels met de dikke kolommen, papyrusbloem kapitelen, stenen daken en schuin oplopende ommuringen. Als voorloper zagen we wel het een en ander terug van de Griekse en Romeinse tempels, maar deze oudere Egyptische bouwwerken zijn toch echt anders. De verlichting in de avonduren maakten de mysterie rondom het verleden helemaal af.

Zoals Turkije laveert tussen Europa en Azië zo slingert Egypte heen en weer tussen het Midden-Oosten en Afrika. Het straatbeeld met de moskees, theedrinkende mannen in djellaba’s en het Arabisch is inmiddels vertrouwd. In een korte tijd zijn de temperaturen daarentegen gestegen tot tegen de 40 graden, wordt alles een beetje viezer en wordt naar het zuiden toe het vertrouwen in de lokale mens behoorlijk op de proef wordt gesteld.

We zijn Egypte binnengekomen over het water en zullen het ook weer via een meer verlaten. Nu in toeristische Aswan is het moment aangebroken dat we onze auto een week moeten gaan missen en in een hotel zullen verblijven. Vandaag heeft Frank il Toros op het ponton gereden, waarmee hij naar Sudan zal worden verscheept. Maandag 26 April nemen wij zelf, samen met de Oranje Trophy, de ferry over het Nassermeer. In plaats van reiziger zullen we nu weer even toerist zijn. Even tussen wal en schip. Daarna begint wat ons betreft het echte Afrika. Joepiedepoepie!

Voor de foto's, kijk onder Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Tussen wal en schip).



Natuur, Architectuur en Civilisatie

10:00, 3/31/2010 .. Geschreven in Reis .. 1 reacties .. Link

Met de auto naar Turkije rijden doet nog wel een deel van de Nederlandse bevolking, maar helemaal naar het roerige Damascus van correspondent Nicole le Fever is toch echt wat anders. Zeker als je na sluitingstijd met dat enorme slagschip van ons door de overdekte souq wordt gestuurd. Onze verwachtingen voor deze stad waren dan ook hoog, maar daarvoor moesten we eerst door het één en ander heen kijken. De enige camping was nu een snelweg in aanleg, alle Syriërs leken dat weekend (gezien de volle hotels) naar hun hoofdstad gekomen en een accepterende geldautomaat zoeken duurde een hele ochtend.

Maar al deze omzwervingen leverden bijzondere ervaringen op. Opvallend waren de deels of geheel gesluierde dames te midden van hun juist westers gerichte landgenotes. Ook bij de mannen liepen de traditionele jurken gelijktijdig tussen de hippe jeansboys in. De stad wordt nog in alle vormen gebruikt door de Syriërs zelf. Daar waar je alleen toeristenwinkeltjes zou verwachten, kopen de stedelingen juist hun dagelijkse producten. In de hoofdmoskee van de stad waren we verbaasd over de vele families met spelende kinderen picknickend op het binnenplein. Er was nauwelijks een toerist in deze oude herbestemde byzantijnse kerk te bekennen en we waren overal heel welkom. Tolerantie alom. Tenslotte is Franks tandenleed beëindigd in een zeer luxueuze praktijk. Een vulling uit Damascus is toch wel een pareltje in je mond.

Al gauw volgde Jordanië. In het rijtje goed, beter, best is (na Syrië en Turkije) Jordanië de topper qua gastvrijheid. Zomaar een sinaasappel aan de grens, een uitnodigende maaltijd van een campingbeheerder, overal een vriendelijk ‘Welcome!” zonder bijbedoelingen. Het Midden-Oosten klinkt misschien gevaarlijk voor ons Europeanen, maar we hebben ons geen moment onveilig gevoeld.

Naast veel leuke contacten hebben we ook heel veel moois gezien. Um Qais en de Jordaanvallei met zijn prachtige vergezichten over enerzijds de Israëlitische Westbank en anderzijds de Jordaanse Eastbank. Niet alleen de diverse checkpoints, maar ook de vele Bijbelse plekken hebben ons doen beseffen in een betekenisvolle regio te zijn. Met het bezoeken van de Doopplaats van Jezus (met Israël op slechts 5 m aan de andere kant van de Jordaan), het uitzicht op de berg Nebo over het Beloofde Land en het dobberen in de Dode Zee, hebben de Bijbelse verhalen voor ons een tastbaar beeld gekregen.

Langs de King’s Highway en Wadi Mujib zijn we verder afgedaald. Daarna hebben we in Petra flink gewandeld door de kloof en heuvels met het al eeuwenoude samenspel van natuur en civilisatie. We hebben genoten van het kleurenpallet van rode steenlagen gehakt tot afwisselende architectuur tegenover de groene vegetatie. Een ander natuurwondertje is de woestijn van Wadi Rum. Wat ons betreft doet het gebied meer aan als een toeristenpark, maar met een beetje zoekwerk hebben we heerlijk wild gekampeerd. Wat een rust! Eindelijk hebben we echt ervaren hoe het is om helemaal zelfvoorzienend te zijn. En … wakker te worden van grazende dromedarissen op nog geen 3 meter van onze daktent!

Het weer was de afgelopen tijd wisselvallig. Overdag wel ruim boven de 15 graden maar ’s nacht zeker onder de 5. Helaas hebben we ook veel wind gehad (zelf zoveel dat we al twee keer ‘s nachts uit de daktent moesten) en flink wat regen. Inmiddels zitten we in Aqaba (Jordanië) aan de Rode Zee met ruim 25 graden. Dat lijkt er meer op! Morgen nemen we de boot naar Egypte.

Voor de foto's, kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Natuur, Architectuur en Civilisatie).



il Toros

11:59, 3/27/2010 .. Geschreven in Reis .. 1 reacties .. Link

Tijdens onze testreis naar Marokko hebben wij onze Toyota Landcruiser ‘il Toros’ genoemd, een stoere naam voor deze krachtpatser. Toch bleek de spelling als zijnde stier in het Spaans, Italiaans of welke taal dan ook niet juist te zijn. De combinatie van il en toros met s vonden wij echter zo goed klinken dat we het maar zo gelaten hebben. Totdat we de wijk ‘il Toros’ in Adana op de weg naar Zuid-Turkije op onze GPS zagen verschijnen. Hier konden wij natuurlijk niet aan voorbij gaan en we hebben de afrit genomen. Braaf de GPS volgend door de verschillende straten, hebben we uiteindelijk il Toros bij een groen en levendig stadspark geparkeerd en zijn we de paden op gelopen. Een vrolijke man bij een paviljoen stond ons uitnodigend op te wachten. Zijn vriendin stond ernaast heerlijk te koken.
 
Het gigantische enthousiasme van deze man heeft ons erg overvallen. Deze Serviër in Turkije sprak geen Engels, Duits of Frans, maar bleef enthousiast praten en vragen. Daarbij sprak hij zijn eigen taal en probeerde met handen en voeten duidelijk te maken wat hij zei. Zo vroeg hij wat we deden, hoelang we al in Turkije waren en of we kinderen hadden. Uit zijn woorden maakten we op de hij het vervelend vond dat hij onze taal niet sprak. Dat vonden wij ook. Met veel handen schudden en high-fives bevestigden we steeds naar elkaar dat we elkaar begrepen hadden. Heel bijzonder en moeilijk om uit te leggen. Je had er bij moeten zijn!

Ons gevoel is dat il Toros ons overal brengt en wij hierdoor spontane ontmoetingen en bijzondere plekken ervaren. We zullen daarbij wel open moeten staan voor iedere persoon in welke taal dan ook. Il Toros neemt als derde lid in het sterrenplukkers team een belangrijk taak op zich.

Voor de foto's kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens il Toros).




Het Aziatische Ontvangst

11:59, 3/20/2010 .. Geschreven in Reis .. 2 reacties .. Link
We konden het Europese continent niet eerder verlaten dan dat Frank in ‘the German Hospital’ van Istanbul alsnog een wortelkanaalbehandeling moest ondergaan. Complimenten voor de uiterste hygiëne en kundigheid aldaar! 

In de navolgende dagen bezochten we Troje (heerlijk houten kitsch speelpaard), Pergamum (een bijzonder steil amfitheater spectaculair gelegen op een heuvel met adembenemend uitzicht) en Ephesus (goed bewaarde monumenten geven een compleet Romeins stadsbeeld) langs een mooie kustroute. Opmerkelijk is de toegankelijkheid. Je mocht overal bij, op en in, zonder hek, met als keerzijde dat er veelal geen duidelijke informatie was. 

Vanaf Izmir zijn we landinwaarts gereden met in Pamukkale de travertinbaden. Via een afwisselende route door meren- en heuvelgebieden, witte appelbloesembomen, maar ook saaie vlakten bereikten we Cappadocia. Plots verrassend verschenen de ‘mushrooms’ al vonden wij het meer asperges in een canyonachtig landschap. We hebben door de lieflijke Love Valley gewandeld, in het openluchtmuseum de grottenwoningen en –kerken bezocht, het eerste stukje offroad terrein gepakt. 

Hoewel we een paar zonnige dagen hebben meegepikt, was het ’s nachts nog altijd bar koud en hebben de harde wind en regen ons toch in pensionnetjes gelokt. Toppers waren het knusse Homerus Pension in Selcuk (bij Ephesus) en de grotkamer bij Flintstones in Göreme (Cappadocia). Toch eindelijk in Konacik (Iskenderun) konden we tussen de bananenbomen onze daktent uitklappen. Heerlijk in ons eigen bedje! 

Een bergweg langs de Zuid-Turkse kust (met picknickende Turken) bracht ons naar Syrië. Zoals Turkije nog met één been in Europa en met één been in Azië staat, zo is Syrië toch echt het Midden-Oosten. Gesluierde vrouwen, vriendelijk hulptoeschietende mannen, witte dorpen met hoog uittorende minaretten en veel hard rijdende minibusjes. Wij hebben dit lokale vervoersmiddel genomen naar de citadel van Aleppo. Een erg leuke ervaring. 

De Romeinse ruïnes in Apamea was er weer één uit een dozijn, in tegenstelling tot de waterraderen in Hamah. Een prachtig stukje vroegtijdig ingenieurswerk en tevens degelijk restauratiewerk in uitvoering. In Crac de Chevaliers waanden we ons in een typerend kasteel zoals in de film, al waren ze een Egyptische filmsetting aan het opstellen voor TV serie over Cleopatra.

Nu zijn we in Palmyra, een oasestadje in de woestijn op nog geen 225 km van Irak. We staan op een camping direct naast de Tempel van Baal tussen de dadelpalmen en olijvenbomen. Wat een belevenis om ook hier ‘gewoon’ tussen de brokstukken te leven. Nu nog een warm zonnetje en we zouden ons in een paradijsje bevinden. Toch moeten we daarvoor verder naar het zuiden. Op naar Damascus en volgende week Jordanië.

Voor de foto's kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Het Aziatische Ontvangst).


De Eerste Etappe

11:00, 3/7/2010 .. Geschreven in Reis .. 2 reacties .. Link

Met een kleine vertraging wegens tandenartsbezoek en nostro Pietro Preciso zijn we naar volle tevredenheid op 1 maart vertrokken om 12.45 uur. Na dit vertrek met rustig afscheid nemen hoorde uiteraard nog een bezoek aan onze tweede ouders in België. Daarna volgende Duitsland met een prachtige, grote oranje maan boven Frankfurt. Eén zoals we die ook aan Lake Malawi hebben meegemaakt; een bijzonder startsein voor deze reis.

Oostenrijk was ons bekend, Hongarije daarentegen in alle opzichten vernieuwend. Het was veel moderner dan wij ons hadden voorgesteld. Servië toonde ons de eerste Lada's, mensen op de snelweg en de geur van vele houtvuurtjes. De voorbode van de armoede in Bulgarije. De mensen leken daar vriendelijk, maar maakten continu een rekenfout bij het afrekenen, soms bewust.. Aan het saaie landschap en de zeer slechte (snel)wegen leek geen einde te komen. Na 4 reisdagen bereikten we laat in de avond Turkije. 

Istanbul, stad van de sfeervolle eetgelegenheden vol kleur en aangename lantaarntjes. Een vriendelijke vraag, de thee van het huis of een lachend schouderklopje is hier echt oprecht. Hoogtepunten in de afgelopen 3 dagen waren het deelnemen aan een gebed in de Blauwe Moskee, de afdaling tussen de zuilenrijen in de spannend verlichte Basilica Cistern (Romeinse ondergrondse wateropslag) en het thee drinken onder de werphengels vanaf de Galatabrug in de Bosporus.

Na een verkwikkend bezoek aan een hamam op onze laatste avond zullen we morgen verder zuidwaarts rijden. Op naar de warmte en de zon. Hoewel deze koude 6°C de luxe van dagelijks internet en een eigen badkamer met  zich meebrengt, zien we erg uit naar het kamperen!

Voor de foto's van de eerste etappe kijk onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Eerste Etappe).



De Voorbereidingen

09:19, 2/13/2010 .. Geschreven in Vooraf .. 0 reacties .. Link

Aan zo'n groot avontuur gaan heel veel voorbereidingen voor af. De Toyota Landcruiser moest technisch gezien lopen als een zonnetje en kunnen werken als een woeste stier. We behoorden te weten hoe een 4x4 in elkaar zit, hoe we de onderhoudsbeurten zelf kunnen verrichten en bij pech kunnen constateren wat eraan mankeert. Een terreinrijcursus, autokluscursus en meekijken in de garage van 4x4 Centrum Ermelo heeft met name Frank behoorlijk verrijkt.

Il Toros zal ons niet alleen 34.000 km verplaatsen, maar ook onderdak bieden gedurende 8 maanden. Daarvoor hebben we een ladensysteem ingebouwd, twee watertanks met zuiveringsfilter aangesloten, een 12V en 220V circuit aangebracht en een daktent op de auto geplaatst. Ook aan beschtutting d.m.v. een luifel, aan de huishouding met drie gaspitten, een werkblad en een wasnet als aan veiligheid in de vorm van een kluis en inbraakwerende ramen is gedacht. Zelfs voor een douchecabine kan midden in de bush bush worden gezorgd.

Qua gezondheid en veiligheid zullen we ons veelal zelf moeten redden. De vele vaccinaties en malariapillen zullen hopelijk de eerste aandoeningen van ons af houden. De lessen bij de EHBO-cursus kunnen ons helpen bij kleiner of groter gevaar. En met de zelfverdedigingscursus van Nicole hopen we al te opdringerige Afrikanen van ons af te houden. Wellicht dat de honkbalknuppel, satelliettelefoon of een woordje Chichewa in dat soort situaties ook hun diensten kunnen bewijzen.

Tijdens alle klusactiviteiten van Frank heeft Nicole zich vooral bezig gehouden met het uitstippelen van de route langs steden, natuurparken, Bijbelse plaatsen, woestijnen, de kustlijn en andere afwisselende plekken. Ze is helemaal ingelezen op de benodigde visa, verzekeringen, do's and don'ts. Verder heeft zij het contact gelegd met GAiN, waarvoor we een waterput in Tanzania gaan slaan. Later op de rit zullen we waarschijnlijk meewerken aan een bouwproject.

Nu alleen nog het opslaan van al onze huisraad in Nederland, afscheid nemen van onze collega's en tenslotte een leftoverparty met sterke drank en dozen zakdoeken.

Bekijk onze foto's van de voorbereidingen onder Links Foto site in de rechter kolom (zie vervolgens Voorbereidingen).



De Verbintenis

02:30, 12/23/2009 .. Geschreven in Vooraf .. 2 reacties .. Link

Vier weken na onze eerste zoen vertrok Frank naar Malawi voor de bouw van een kinderdagverblijf. Drie maanden later zocht Nicole hem vol nieuwsgierigheid op. Er volgde een bijzondere reis per auto waarmee we Afrika leerden kennen, maar eigenlijk meer ook elkaar. Zittend aan Lake Malawi was al snel duidelijk dat als we zouden trouwen, we dit daar op die plek in Senga Bay zouden doen.

Jaren later is deze gedachte verder ontwikkeld tot een reis per auto van Nederland naar Kaapstad. Graag wilden we een vorm van ontwikkelingswerk combineren met de vrijheid van het avontuur en het ontmoeten van andere culturen en geloven. Ook de gedachte van back-to-basic in de natuur sprak ons erg aan.

Tijdens onze reis naar Senga Bay kan er echter van alles gebeuren, waarvoor het 'handig' kan zijn dat je toch al getrouwd bent. Daarom hebben wij besloten om in Nederland een burgerlijk huwelijk te sluiten in Haarlem. Onze ceremonieel huwelijk zal nog steeds in Malawi plaatsvinden. 

Op woensdag 23 december hebben wij elkaar in Haarlem onze trouwring omgedaan met de kernwoorden van onze verbintenis: de liefde voor elkaar, de vrijheid die je elkaar moet geven en een goede mix van geven en nemen. Daarnaast is de gedachte dat Nicole haar creatieve ideeën met wat meer lef mag presenteren en dat Frank zijn enthousiasme voor zijn vak met andere bezigheden in het leven in balans zou moeten brengen .

Bekijk onze trouwfoto's onder Links Foto site in de rechter kolom en kijk vervolgens bij Trouwen NL.



Profiel

Home
Mijn Profiel
Archief
Vrienden
Mijn Foto Album

Links

Foto site

Categorieën

Positie
Reis
Vooraf

Recente Artikelen

Huidige Positie
Afscheid in een Slakkengang
Ketting van Landschappen
Zinderende Zoutpannen
Droog maar Drassig

Vrienden


Eenpunt - Startpagina - Kliniek - Huurwoning